3 november 2017Btw verschuldigd over vergoeding bij no cure no pay-procedure

Over een vergoeding die een BV ontvangt na het voeren van een succesvolle juridische procedure op basis van no cure no pay-afspraken is naar het oordeel van Rechtbank Zeeland-West-Brabant btw verschuldigd, omdat een rechtstreeks verband bestaat tussen de juridische werkzaamheden van de BV en de ontvangen vergoeding.

 

Een BV voert juridische procedures voor haar klanten. Met sommige cliënten maakt de BV no cure no pay(hierna: NCNP)-afspraken. Dit houdt in dat de klant alleen een vergoeding verschuldigd is aan de BV als de procedure een succesvolle afloop heeft in die zin dat daarbij een proceskostenvergoeding wordt toegekend. De hoogte van het bedrag dat de klant aan de BV moet vergoeden is in dat geval gelijk aan de hoogte van de toegekende proceskostenvergoeding. Doorgaans wordt de proceskostenvergoeding direct aan de BV overgemaakt, zonder tussenkomst van de cliënt. De BV is van mening dat over de vergoedingen die zij ontvangt op basis van NCNP-afspraken geen btw verschuldigd is. Zij beroept zich hiervoor op het Baštová-arrest van het HvJ, waarin geoordeeld is dat er geen sprake is van een dienst onder bezwarende titel als een ondernemer een paard ter beschikking stelt aan een organisator van een paardenrace met het oog op deelname van dat paard aan die race zonder dat hij daarvoor deelnamegeld of een andere directe vergoeding ontvangt en dat het prijzengeld dat die ondernemer eventueel ontvangt als het paard tot de winnaars van de race behoort vanwege haar toevalligheid niet kan worden beschouwd als een vergoeding voor de terbeschikkingstelling van het paard. Na een boekenonderzoek heeft de inspecteur van de Belastingdienst de BV een naheffingsaanslag opgelegd, onder andere omdat de BV naar zijn mening btw verschuldigd is over de vergoedingen op basis van NCNP-werkzaamheden. De BV is tegen deze naheffing in verweer gekomen.

 

Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft in deze zaak geoordeeld dat de vergoedingen terecht in de naheffingsaanslag begrepen zijn. Naar het oordeel van de rechtbank is in casu, in tegenstelling tot in de zaak Baštová, wel sprake van een dienst onder bezwarende titel. Gelet op het feit dat de BV bij succes een vergoeding ter hoogte van de proceskostenvergoeding ontvangt van haar klant, is sprake van een rechtstreeks verband tussen de vergoeding die de BV ontvangt en de door haar verrichte dienst. Dat het wel of niet ontvangen van deze vergoeding en de hoogte ervan afhankelijk is van het resultaat van de procedure zorgt er niet voor dat er geen sprake is van een rechtstreeks verband, aldus de rechtbank, verwijzend naar een recente uitspraak van Rechtbank Noord-Holland. In casu is sprake van een vergoeding die rechtstreeks verband houdt met de dienst als zodanig, namelijk de werkzaamheden in verband met het voeren van een juridische procedure. Het feit dat de hoogte van de ontvangen vergoeding gelijk is aan de hoogte van de proceskostenvergoeding die de klant ontvangt, doet niet eraan af dat sprake is van een vergoeding. Ook het feit dat de vergoeding door de wederpartij van de klant rechtstreeks wordt overgemaakt naar de BV, zonder tussenkomst van de klant, is naar het oordeel van de rechtbank niet relevant. 

Uit de literatuur blijken verschillende opvattingen over de belastbaarheid van werkzaamheden op NCNP-basis. Enerzijds is verdedigd dat geen sprake is van een belastbare prestatie, omdat het (onzekere) resultaat (de cure) tot de betaling (de pay) leidt en niet de activiteiten die tot dat resultaat hebben geleid. In deze visie is het winnen van prijzengeld zoals in de zaak Baštová, dat afhankelijk is van en goede klassering van een paard, gelijk aan het ontvangen van een NCNP-betaling, die afhankelijk is van het winnen van een procedure. Anderzijds is verdedigd dat wel degelijk sprake is van een belastbare prestatie, omdat een NCNP-vergoeding – in tegenstelling tot prijzengeld – wordt betaald voor de overeengekomen prestatie. In deze visie zorgt de onzekerheid van de betaling niet voor een verbreking van het rechtstreeks verband tussen prestatie en vergoeding. Rechtbank Zeeland-West-Brabant gaat net als Rechtbank Noord-Holland uit van de laatste visie. Naar onze mening terecht, omdat in de zaak Baštová het prijzengeld niet betaald werd voor de overeengekomen prestatie (de deelname aan de race), maar voor de goede rangschikking. Dat maakt dat het prijzengeld niet de vergoeding voor de overeengekomen prestatie kan zijn. In deze zaak wordt de NCNP-vergoeding echter ‘gewoon’ betaald voor de overeengekomen prestatie (de juridische bijstand). Gezien het verschil van mening over de duiding van een NCNP-vergoeding is het onze verwachting dat in deze zaak hoger beroep zal worden ingesteld.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op