27 mei 2016Btw-verleggingsregeling van toepassing op levering zuiver afvalgoud

De levering van staven goud die zijn samengesmolten uit industriële afvalstoffen en oude sieraden is volgens het HvJ aan te merken als de levering van goud waarop de verleggingsregeling voor (beleggings)goud en halffabricaten van toepassing is.

De Deense vennootschap Envirotec Denmark ApS (hierna: Envirotec) heeft in 2011 van een andere Deense vennootschap 24 staven goud gekocht met een gemiddeld goudgehalte tussen de 500 en 600/1 000. De staven waren samengesmolten uit industriële afvalstoffen en oude sieraden, bestek horloges enzovoorts en bevatten naast goud verschillende andere materialen, zoals tanden, rubber, kwik en lood. Om het goud te kunnen gebruiken voor de productie van nieuwe goudhoudende producten, moesten eerst de afvalstoffen uit het goud worden verwijderd. De leverancier heeft circa € 150.000 btw aan Envirotec in rekening gebracht met betrekking tot de levering van de goudstaven. De leverancier heeft echter verzuimd dit bedrag af te dragen aan de Deense fiscus. Op een later moment is de leverancier wegens insolventie geliquideerd. Envirotec heeft de Deense fiscus daarna verzocht om teruggaaf van de aan de leverancier betaalde btw, die zij als voorbelasting in aftrek wil brengen. De Deense fiscus is echter van mening dat Envirotec als afnemer zélf btw verschuldigd is, omdat de verleggingsregeling voor (beleggings)goud en halffabricaten met een zuiverheid van ten minste 325/1.000 van toepassing is. De Deense rechter heeft het HvJ EU in deze zaak de vraag voorgelegd of staven, die bestaan uit een toevallige, grove samensmelting van verschillende gesloopte, goudhoudende metalen voorwerpen, onder de term ‘goud of halffabricaten’ in de zin van de btw-richtlijn vallen.

In navolging van de A-G oordeelt het HvJ EU dat de staven als ‘goud’ moeten worden aangemerkt, maar dat op basis van de bewoordingen van art. 198, lid 2 Btw-richtlijn niet blijkt of en, zo ja, onder welke voorwaarden de staven in het hoofdgeding onder deze bepaling vallen. Ook uit de context van de bepaling kan niet met zekerheid worden afgeleid wat de werkingssfeer is van deze bepaling. Om die reden dient te worden ingegaan op het doel van de bepaling. Gelet op het doel van de richtlijnbepaling inzake de verleggingsregeling voor (beleggings)goud en halffabricaten – het voorkomen van belastingfraude – acht het HvJ het gehalte aan zuiver goud beslissend voor de vraag of de levering onder de verleggingsregeling van art. 198, lid 2 Btw-richtlijn valt. De btw-verleggingsregeling van art. 198, lid 2 Btw-richtlijn is daarom van van toepassing op de levering van staven, zoals in het hoofdgeding, die het resultaat zijn van een toevallige, grove samensmelting van divers goud bevattend metalen schrootmateriaal en andere metalen, materialen en stoffen, en ieder ten minste een goudgehalte tussen 500 en 600/1.000 hebben.

Zie 6.2 voor meer informatie over btw-heffing bij de afnemer.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op