13 december 2012Btw-verlegging bouwwerkzaamheden geldt ook voor opleveringen

Omdat in de lidstaat Duitsland aanzienlijke btw-inkomsten wegvloeiden door fraude in de bouwsector, is Duitsland in de beschikking 2004/290 gemachtigd tot het toepassen van een verleggingsregeling voor bouwwerkzaamheden. 

De Duitse onderneming BLV Wohn- und Gewerbebau GmbH (hierna: BLV) heeft de onderneming Rolf & Co. OHG (hierna: Rolf) de opdracht gegeven een onroerend goed op te richten. Rolf heeft hiervoor een factuur aan BLV uitgereikt zonder btw, met de vermelding dat BLV als ontvanger van de prestatie gehouden was tot voldoening van de btw. BLV is echter van mening dat de verleggingsregeling voor bouwwerkzaamheden in casu niet van toepassing is, omdat het begrip “bouwwerkzaamheden” slechts ziet op diensten en niet op de (op)levering van onroerend goed, zoals in casu het geval is. Voor leveringen geldt volgens BLV de hoofdregel, waardoor Rolf als presterende ondernemer de btw verschuldigd is. De Duitse fiscus is echter de mening toegedaan dat ook de (op)levering van onroerende goederen onder de verleggingsregeling valt.

Het HvJ EU heeft in deze zaak, naar aanleiding van prejudiciële vragen van het Duitse Bundezfinanzhof, geoordeeld dat de bepaling uit de beschikking niet alleen diensten, maar ook leveringen van goederen omvat. Volgens het HvJ EU wijst niets erop dat de wetgever de bepaling heeft willen beperken tot diensten: dit zou namelijk volledig tegen het doel van de beschikking – namelijk het tegengaan van btw-fraude in de bouwsector – ingaan. Het feit dat uitzonderingen op een beginsel beperkt moeten worden uitgelegd, doet hieraan niet af. Er moet immers voor worden gezorgd dat de uitzondering (namelijk de verleggingsregeling ter bestrijding van btw-fraude) haar werking niet verliest. Op de vraag of Duitsland de verleggingsregeling mag beperken tot bepaalde subgroepen (zoals specifieke soorten bouwwerkzaamheden), heeft het HvJ EU geantwoord dat Duitsland dit recht heeft, maar dat zij bij de vaststelling van deze subgroepen de rechtsbeginselen, met name het evenredigheids- en rechtszekerheidsbeginsel, in acht dient te nemen. Of dat in het onderhavige geval zo is, zal door de nationale rechter moeten worden beoordeeld.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op