19 november 2015Btw-structuur met sportaccommodatie geen misbruik van recht

Hof Amsterdam heeft geoordeeld dat een opgezette structuur om btw-aftrek te bewerkstelligen voor de aanstaande renovatie van een sportaccommodatie niet kwalificeert als misbruik van recht.

De feiten in de procedure zijn als volgt. Tennisvereniging D huurde tot en met 31 december 2009 een sportcomplex van de gemeente. Het sportcomplex omvat onder meer een kantine inclusief bar, zeven tennisbanen en twee kleedkamers. De gemeente is eigenaar van dit sportcomplex en de tennisvereniging droeg tijdens deze periode zorg voor het onderhoud en het beheer. De jaarlijkse vergoeding bedroeg € 45,38 (fl. 100,-). Op 28 december 2009 is een stichting opgericht. De voorzitter en de penningmeester van D zijn benoemd als bestuurder van de stichting, waarbij de penningmeester van D uit het bestuur van D is getreden. Met ingang van 1 januari 2010 huurt de stichting het sportcomplex van de gemeente. Hiertoe is een akte van contractsoverneming gesloten en een overeenkomst van overdracht van activa (inventaris, inrichting, tennisbanen, lichtmasten en parkapparatuur) voor een koopsom van € 24.453,30 en een leningsovereenkomst voor een bedrag van                  € 24.453,30. De lening is rentevrij en aflossingsvrij. Bij aflossing van de lening wordt volgens de overeenkomst een marktconforme rente over de looptijd berekend, maar een percentage wordt niet genoemd. In 2010, 2011 en 2012 heeft de stichting delen van de lening afgelost. De stichting en D hebben een gebruiksovereenkomst gesloten waarbij een jaarlijkse vergoeding van € 40.000 plus 6% btw overeengekomen is. De stichting verhuurt de kantine aan een pachter. Daarnaast verhuurt de stichting de tennisbanen aan tennisvereniging E voor competitiewedstrijden en met enige regelmaat aan de tennisverenigingen F en G. Dit gebeurt in overleg met D om dubbel gebruik van de banen te voorkomen. Niet-leden van D kunnen een passe-partout kopen die recht geeft om een aantal keren gebruik te maken van de tennisbanen. Ook stelt de stichting de sportaccommodatie ter beschikking aan bedrijven en instellingen, scholen en aan zelfstandige trainers. In een sideletter van 31 juli 2010 is vastgesteld dat trainers hun activiteiten af moeten stemmen met D. Tot slot werft de stichting reclame-inkomsten met het plaatsen van winddoeken langs de tennisbanen.

Naar aanleiding van een verzoek om teruggaaf op 25 augustus 2010 over het eerste kwartaal in 2010 heeft de inspecteur een boekenonderzoek ingesteld bij de stichting. Naar aanleiding van dit onderzoek is de gevraagde teruggaaf geweigerd en een naheffingsaanslag opgelegd van € 10.491 aan btw. Na afwijzing van het bezwaar stelt de stichting beroep in bij Rechtbank Noord-Holland. De rechtbank oordeelt dat dat sprake is van misbruik van recht waardoor dientengevolge geen recht op btw-aftrek bestaat. Tegen deze uitspraak is hoger beroep aangetekend bij Hof Amsterdam.

Hof Amsterdam is van oordeel dat, anders dan de inspecteur stelt, de handelingen van de stichting geen schijnhandelingen zijn, omdat partijen de (gevolgen van deze) rechtshandelingen ten volle hebben beoogd. Dit betekent dat de overeenkomsten worden gevolgd, tenzij sprake is van misbruik van recht. Het hof stelt voorop dat de keuze om duurzame investeringen te huren in plaats van te kopen niet automatisch leidt tot een belastingvoordeel dat wordt toegekend in strijd met het doel van de btw-richtlijn, nu de ondernemer door een keuze voor huur een voordeel verkrijgt dat bestaat in de spreiding van de betaling van de belastingschuld, een en ander voor zover de huur marktconform is. Door de stichting is onweersproken gesteld dat zij aan de vereniging een marktconforme huur in rekening brengt. Het hof volgt de stichting hierin, omdat de gedingstukken geen aanleiding geven tot een ander oordeel. Dit brengt, aldus het hof, mee dat niet kan worden vastgesteld dat de stichting een belastingvoordeel ontvangt in strijd met het doel van de bepalingen in de btw-richtlijn en de nationale btw-wetgeving. Dit betekent dat naar het oordeel van het hof niet voldaan is aan de eerste voorwaarde voor toepassing van het leerstuk van misbruik van recht. Omdat zowel voldaan wordt aan de voorwaarde dat een sportaccommodatie ter beschikking wordt gesteld als aan de voorwaarde dat gelegenheid gegeven wordt tot sportbeoefening volgt het hof de inspecteur niet in zijn standpunt dat sprake is van btw-vrijgestelde verhuur. Dat de leden van de vereniging feitelijk het onderhoud voor hun rekening nemen doet hieraan niet af, omdat de stichting gehouden is tot het verrichten van dit onderhoud. Het hof verklaart het hoger beroep gegrond en vernietigt de opgelegde naheffingsaanslag.

De Belastingdienst ageert fel tegen btw-structuren met sportaccommodaties en schoolgebouwen. In deze zaak haalt de inspecteur bakzeil. Het is opvallend dat in misbruik-van-recht-zaken blijkt dat rechters op basis van dezelfde feiten tot een verschillend oordeel komen. Ook in deze zaak is dit aan de orde. Hieruit blijkt dat dat onduidelijkheid bestaat over de grens tussen gebruik en misbruik van btw-recht. De stichting in deze zaak lijkt met de schrik vrij te komen, aangezien het hof feitelijk heeft vastgesteld dat een normale huurprijs is berekend en dit oordeel in cassatie, behoudens onbegrijpelijkheid in het licht van de gedingstukken, door de Hoge Raad niet kan worden getoetst. Tot nog nu is de Belastingdienst weinig succesvol in de pogingen om btw-structuren met schoolgebouwen en sportaccommodaties aan te pakken. 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op