12 februari 2015Btw-richtlijn staat niet in de weg aan nationale antimisbruikprocedure

De Portugese vennootschap Surgicare houdt zich bezig met de bouw, exploitatie en het beheer van gezondheidsinstellingen die aan haarzelf of aan derden toebehoren. Daarnaast verstrekt zij algemene medische en chirurgische diensten, thuiszorg, ambulante zorg, diagnostische en therapeutische activiteiten en hiermee samenhangende of aanvullende diensten. In de jaren 2003 tot en met 2007 heeft Surgicare op één van haar terreinen een ziekenhuis laten bouwen, dat zij met medische apparatuur heeft uitgerust. Na voltooiing van de bouw heeft Surgicare op 1 juli 2007 de exploitatie van het ziekenhuis overgedragen aan Clínica Parque dos Poetas SA, een vennootschap die dezelfde aandeelhouders heeft en tot dezelfde vennootschapsgroep behoort als Surgicare, namelijk de groep Espírito Santo Saúde. Surgicare is van mening dat deze overdracht met btw belast is en heeft vervolgens de btw die drukte op de bouwkosten van het ziekenhuis in aftrek gebracht. De Portugese fiscus meent dat Surgicare misbruik heeft gemaakt van haar recht op aftrek. Volgens de fiscus was de overdracht van de exploitatie van het ziekenhuis aan een vennootschap die voor dat doel was opgericht door dezelfde vennootschapsgroep erop gericht Surgicare achteraf de mogelijkheid te bieden aan te tonen dat zij recht had op aftrek van de voorbelasting die tijdens de bouw en de inrichting van het gebouw was betaald. Indien Surgicare het ziekenhuis zelf had geëxploiteerd, had zij namelijk geen recht op aftrek gehad. De fiscus heeft daarom een naheffingsaanslag van ruim € 1,7 miljoen euro opgelegd. Surgicare is in verweer gekomen tegen deze naheffing, omdat volgens haar geen sprake is van misbruik van recht en mocht al zo zijn, dan heeft de fiscus nagelaten de in de nationale wet geregelde zogeheten antimisbruikprocedure te starten, een administratieve procedure die de belastingadministratie dient te volgen wanneer zij vermoedt dat sprake is van fiscaal misbruik. 

De Portugese rechter heeft aan het HvJ EU de prejudiciële vraag gesteld of het unierecht, en dan met name de bepalingen die betrekking hebben op de bestrijding van btw-fraude, eraan in de weg staat dat het nationale recht een antimisbruikprocedure voorschrijft. 

In zijn oordeel overweegt het HvJ EU dat lidstaten op grond van de btw-richtlijn de noodzakelijke maatregelen moeten nemen om de juiste inning van de btw te waarborgen en fraude te voorkomen, maar dat deze richtlijn niet concreet bepaalt welke inhoudelijke maatregelen dit zijn. Het is dus een aangelegenheid van het nationale recht van elke lidstaat om onder meer de autoriteiten aan te wijzen die bevoegd zijn om btw-fraude te bestrijden en de regels vast te stellen voor de procedures die ertoe strekken de rechten te beschermen die aan het unierecht worden ontleend, met dien verstande dat die regels niet ongunstiger mogen zijn dan die welke voor soortgelijke nationale situaties gelden (gelijkwaardigheidsbeginsel) en zij de uitoefening van de door het Unierecht verleende rechten in de praktijk niet onmogelijk of uiterst moeilijk mogen maken (doeltreffendheidsbeginsel). De toepassing van de Portugese antimisbruikprocedure blijkt, volgens de verstrekte gegevens, volgens het HvJ op zich niet in te druisen tegen het doel om fraude, belastingontwijking en eventuele misbruiken te bestrijden.De nationale rechter zal moeten beoordelen of dit ook daadwerkelijk het geval is.

Zie 10.1 voor meer informatie over aftrek van voorbelasting en 12 over misbruik van recht.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op