22 juli 2013Btw op algemene kosten voor ingehuurd personeel in beginsel aftrekbaar

De Bulgaarse vennootschap AES Maritza East 1 EOOD (hierna: AES) exploiteert een energiecentrale. AES maakt gebruik van ingehuurd personeel van de vennootschap AES Maritza East 1 SERVICES EOOD (hierna: AES Services). AES Services werft het personeel, sluit de arbeidsovereenkomsten en betaalt de lonen. AES betaalt AES Services een vergoeding voor de ingehuurde arbeidskrachten, bestaande uit de loonkosten en de sociale bijdragen. De kosten van (beschermende) werkkleding, vervoer en bijvoorbeeld dienstreizen van het personeel betaalt AES zelf.

AES heeft de btw met betrekking tot de laatstgenoemde categorie kosten als voorbelasting in aftrek gebracht. De Bulgaarse fiscus meent echter dat AES geen recht heeft op aftrek van de voorbelasting, omdat de kosten niet haar eigen werknemers betreffen. AES is daarentegen van mening dat zij wel degelijk recht op aftrek heeft, omdat zij als ‘economische’ werkgever wettelijk verplicht is deze personeelskosten te dragen. 

De Bulgaarse rechter heeft het HvJ EU de prejudiciële vraag gesteld of recht bestaat op aftrek van de btw op de in het geding zijnde kosten. Het HvJ EU heeft in deze zaak geoordeeld dat aftrek van de btw op de kosten, die onderdeel uitmaken van de algemene kosten van AES, niet mag worden geweigerd, aangezien de ingekochte goederen en diensten rechtstreeks en onmiddellijk verband houden met de bedrijfsactiviteiten van AES. Het antwoord op de vraag of de voor het ingehuurde personeel gebruikte goederen en diensten zijn ingekocht voor de behoeften van AES, is namelijk niet afhankelijk van de aard van de bestaande rechtsverhouding (namelijk inhuur) tussen AES en het personeel. Het zou in strijd zijn met het beginsel van fiscale neutraliteit om een btw-ondernemer de aftrek van btw op de uitgaven, die gemaakt zijn ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten van AES, niet toe te staan om de reden dat AES niet de formele werkgever van het personeel is. 

Daarnaast oordeelt het HvJ EU dat de btw-richtlijn zich verzet tegen een nationale wettelijke bepaling die het recht op aftrek van btw op goederen en diensten die gratis of voor activiteiten buiten het kader van de bedrijfsactiviteiten van een btw-ondernemer worden verstrekt, uitsluit, indien in een dergelijke uitsluiting niet was voorzien in de nationale wetgeving die van kracht was tot de datum van toetreding van de lidstaat. Het staat aan de verwijzende rechter om te oordelen of de bepalingen van nationaal recht in overeenstemming zijn met de btw-richtlijn.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op