14 februari 2017Btw-nummer en VIES-registratie geen voorwaarde nultarief ICL

Het ontbreken van een juist btw-identificatienummer, een registratie voor intracommunautaire handelingen of een opname in het VIES zijn in beginsel geen redenen om de toepassing van het nultarief voor een intracommunautaire goederenlevering te weigeren, aldus het oordeel van het HvJ in de zaak Euro Tyre.

Euro Tyre (hierna: ET) is een Portugees filiaal van de Nederlandse vennootschap Euro Tyre BV. ET is actief in de invoer, de uitvoer en de verkoop van banden van diverse merken aan detailhandelaars in Portugal en Spanje. ET verkoopt de goederen ten dele rechtstreeks en ten dele indirect via een distributeur, Euro Tyre Distribución de Neumáticos SL (hierna: ETDN). Tussen 2010 en 2012 heeft ETDN diverse verkopen verricht terwijl zij als btw-plichtige ingeschreven was in Spanje, maar in Spanje nog niet onderworpen was aan de btw-regeling voor intracommunautaire verwervingen en evenmin geregistreerd in het systeem voor de uitwisseling van btw-informatie (VIES). Op 19 maart 2013 is ETDN pas erkend als intracommunautair handelaar en met ingang van 1 juli 2012 in het VIES opgenomen. ET heeft de verkopen aangegeven als intracommunautaire handelingen, die op grond van het Portugese recht zijn vrijgesteld van btw-heffing (in Nederland: waarvoor het nultarief geldt). Tijdens een controle heeft de Portugese fiscus echter geconstateerd dat ETDN tijdens de verkopen niet in Spanje geregistreerd was voor de verrichting van intracommunautaire handelingen, noch in het VIES was opgenomen. De fiscus heeft daarom btw met vertragingsrente nagevorderd over de verkopen uit de jaren 2010 tot en met 2012. In een procedure tegen deze naheffing heeft de Portugese rechter prejudiciële vragen gesteld.

De verwijzende rechter heeft opgemerkt dat ETDN sinds juni 2010 in Spanje voor btw-doeleinden was geregistreerd voor binnenlandse handelingen. Het hieraan gekoppelde btw-identificatienummer was door ETDN vermeld op alle facturen en de daarop betrekking hebbende lijsten en overzichten. ET was ervan op de hoogte dat ETDN nog niet voor intracommunautaire doeleinden was geregistreerd en in het VIES was opgenomen, maar ging ervan uit dat ETDN met terugwerkende kracht de status van intracommunautair handelaar zou krijgen. De Portugese fiscus was daarnaast van mening dat geen sprake was van fraude of belastingontwijking, aldus de verwijzende rechter.

Het HvJ heeft in deze zaak overwogen dat bij de prejudiciële vragen is uitgegaan van de aanname dat is voldaan aan de materiële voorwaarden van een intracommunautaire levering. Het nultarief is alleen geweigerd omdat de afnemer op het tijdstip van de verkopen niet was geregistreerd. Uit de btw-richtlijn en de jurisprudentie van het HvJ blijkt echter niet dat de verplichting voor de afnemer om te beschikken over een btw-identificatienummer, geregistreerd te zijn voor intracommunautaire handelingen of te zijn opgenomen in het VIES tot de limitatief opgesomde materiële voorwaarden voor de toepassing van het nultarief behoort. Dit zijn slechts formele voorwaarden, die niet kunnen afdoen aan het recht van de verkoper op de toepassing van het nultarief, voor zover voldaan is aan de materiële voorwaarden. Het is een lidstaat dus niet toegestaan om het nultarief om deze reden te weigeren, aldus het oordeel van het HvJ. Dat mag slechts in twee gevallen: als er sprake is van opzettelijke deelname aan belastingfraude en als het niet-naleven van de formele voorwaarden het leveren van het zekere bewijs dat aan de materiële voorwaarden is voldaan, heeft verhinderd. Dit lijkt niet het geval te zijn. De verwijzende rechter zal dit na moeten gaan.

 Dat het beschikken over een (juist) buitenlands btw-identificatienummer geen voorwaarde is voor het toepassen van het nultarief bleek al eerder uit het Mecsek-Gabona Kft-arrest, het VSTR-arrest en het recente Plöckl-arrest van het HvJ. In Nederland geldt sinds 2006 dat het nultarief voor een ICL slechts van toepassing is indien de btw-ondernemer beschikt over het btw-nummer van de afnemer (art. 12, lid 2, onderdeel a, 2° Uitv.Besl. OB). Deze bepaling is – gelet op de jurisprudentie van het HvJ – in strijd met het Unierecht en kan daarom door de Belastingdienst niet worden tegengeworpen aan een btw-ondernemer die ook zonder (buitenlands) btw-identificatienummer kan bewijzen dat zijn afnemer een belastingplichtige is of dat hij de goederen voor bedrijfsdoeleinden heeft overgebracht naar een andere lidstaat.

Zie