12 december 2012Btw-correctie van 12% x IB-bijtelling in strijd met Europees recht, maar…

Tot 1 juli 2011 hadden eenmansondernemers in beginsel recht op volledige aftrek van de btw op de autokosten en dienden zij in de laatste aangifte een btw-correctie aan te geven van 12 % x IB-bijtelling. In de zaak Van Laarhoven gaat het om de vraag of deze btw-correctie in overeenstemming is met het Europese recht. Omdat de Hoge Raad hierover twijfelde heeft hij prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ EU. Het HvJ EU heeft geoordeeld dat de volledige btw-aftrek voor de autokosten gevolgd door btw-correctie van 12% x IB-bijtelling in overeenstemming is met het Europese recht, tenzij deze forfaitaire btw-correctie niet evenredig is aan de omvang van het privégebruik van de auto. Of de btw-correctie van 12% x IB-bijtelling niet evenredig was, moest de Hoge Raad beoordelen.

 De Hoge Raad heeft inmiddels geoordeeld dat de btw-correctie van 12% x IB-bijtelling niet in overeenstemming is met de Zesde Richtlijn omdat geen onderscheid wordt gemaakt naar de ouderdom van de auto en de mate waarin de auto voor privédoeleinden wordt gebruikt (de btw-correctie bij 501 privékilometers is even hoog als bij 20.000 privékilometers). Dit betekent volgens de Hoge Raad echter niet dat de btw-correctie van 12% x IB-bijtelling van tafel is. Naar het oordeel van de Hoge Raad brengt een beroep op de Zesde Richtlijn (thans btw-richtlijn) met zich mee dat onderzocht moet worden of de ter zake van het privégebruik van de auto betaalde btw meer bedroeg dan die op grond van de Zesde Richtlijn verschuldigd was. Het is daarbij aan de btw-ondernemer, in casu dhr. Van Laarhoven, om de voor die vaststelling benodigde gegevens te verstrekken. Omdat Rechtbank Breda in de zaak Van Laarhoven voormeld onderzoek heeft nagelaten verwijst de Hoge Raad de zaak terug naar deze rechtbank. De zaak Van Laarhoven is dus nog niet ten einde!

Commentaar
Door het Van Laarhoven-arrest is duidelijk dat de forfaitaire btw-correctie van 12% x IB-bijtelling niet evenredig is aan de omvang van het privégebruik van de auto en om die reden in strijd is met het Europese recht. Toch lijkt dit arrest van de Hoge Raad een pyrrusoverwinning. De eenmansondernemer die zich beroept op de strijdigheid met het Europese recht gaat immers pas met een lagere btw-correctie naar huis als hij aannemelijk kan maken dat deze forfaitaire btw-correctie nadeliger (lees: hoger) is dan de (Europese) btw-correctie die is gebaseerd op de werkelijke autokosten en het werkelijke privégebruik in het betreffende tijdvak. Mocht de eenmansondernemer niet beschikken over gegevens over het werkelijke privégebruik in voorgaande jaren dan rest hem naar onze mening slechts een poging om zijn ‘werkelijke’ privégebruik aannemelijk te maken aan de hand van statistische gegevens. In het verleden is dit in het kader van de BUA-correctie voor het (werkelijke) privégebruik van de auto aanvaard. Of dit ook in situaties zoals Van Laarhoven geaccepteerd zal worden, is vooralsnog onduidelijk. Wellicht dat Rechtbank Breda ons hierover meer duidelijkheid gaat verschaffen.

 Hebt u vragen naar aanleiding van dit nieuwsbericht? Neem dan contact met ons op! U kunt ons telefonisch bereiken op 088-298 98 98 en per e-mail via info@btwplaza.nl.

 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op