11 januari 2013Btw-constructie schoolgebouw Gemert-Bakel geen misbruik van recht

De gemeente Gemert-Bakel (hierna: de gemeente) droeg in 1996 een schoolgebouw in eigendom over aan een stichting voor een lage prijs. De stichting liet vervolgens een nieuw schoolgebouw ontwikkelen voor een onderwijsinstelling voor het voortgezet onderwijs (hierna: de school). In maart 1999 stelde de gemeente daarvoor € 18 mln beschikbaar. In september 2000 verzocht de school een aantal ondernemers om facturen die in verband met de nieuwbouw vanaf januari 1999 op haar naam waren gesteld, te crediteren en nieuwe facturen op naam van de gemeente op te maken. In november 2000 werd het bestaande schoolgebouw en de ondergrond op naam van de gemeente gesteld en in februari 2001 gaf de gemeente een bouwvergunning af voor de nieuwbouw. In augustus 2003 verkocht en leverde de gemeente het nieuwe schoolgebouw met ondergrond aan de stichting. De hierover berekende btw is door de gemeente ten onrechte pas in de btw-aangifte over het het vierde kwartaal van 2003 verwerkt. De inspecteur legde aan de gemeente een naheffingsaanslag op van ruim  1,8 miljoen euro terzake van de in aftrek gebrachte btw op de bouwkosten.

Hof Den Bosch oordeelde dat de gemeente als overheid (en niet als btw-ondernemer) heeft gehandeld waardoor geen recht op btw-aftrek bestond. De Hoge Raad oordeelde dat de gemeente niet als overheid handelde bij de overdracht van het schoolgebouw en verwees de zaak naar Hof Arnhem ter verdere behandeling. De inspecteur voerde voor het hof aan dat de gemeente het schoolgebouw het schoolgebouw niet als btw-ondernemer had geleverd vanwege de lage vergoeding. Het hof is echter van oordeel dat deze nieuwe stelling niet meer ingebracht mag worden. Ook van misbruik van recht is geen sprake. Naar het oordeel van het hof stond het de gemeente vrij om het schoolgebouw over te dragen aan een stichting die het openbaar onderwijs in stand houdt. Dat de vergoeding lager is dan de kostprijs doet hieraan niet af. Tot slot acht het hof een vergrijpboete niet op zijn plaats omdat de te late betaling van de btw te wijten is aan het plichtsverzuim van een ambtenaar van de gemeente en dit plichtsverzuim niet mag worden toegerekend aan de gemeente, terwijl ook overigens niet aannemelijk is gemaakt dat de gemeente zelf grove schuld kan worden verweten.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op