21 november 2013Btw-belaste levering bij frauduleus gebruik creditcard voor aankoop goed

Op grond van de btw-richtlijn en de Wet OB wordt als levering van een goed beschouwd ‘de overdracht of overgang van de macht om als eigenaar over een goed te beschikken’ (zie 2.1). In de zaak Dixons staat de vraag centraal of hiervan sprake is.

De Britse btw-ondernemer Dixons Retail plc (hierna: Dixons) verkoopt elektrische apparaten. Zij heeft met American Express Europe Ltd (hierna: AmEx) en National Westminster Bank plxc, optredend onder de naam Streamline (hierna: Streamline), overeenkomsten gesloten, waarin zij zich verplicht om de door AmEx en Streamline uitgegeven kaarten te accepteren als betaalmiddel en AmEx en Streamline zich verplichten tot betaling van de prijs van de goederen die de klant met de kaart aankocht, na inhouding van een commissie en op voorwaarde dat de voorgeschreven procedures worden nageleefd. In de jaren 2005 tot en met 2008 heeft Dixons een aantal goederen verkocht waarvoor de afnemers met frauduleus gebruikte kaarten hebben betaald. AmEx en Streamline hebben, ondanks de fraude, aan Dixons de prijs van deze goederen betaald en deze bedragen niet teruggevorderd. Dixons heeft vervolgens bij de Britse belastingdienst verzocht om terugbetaling van de btw die zij met betrekking tot de levering van deze goederen had voldaan. Dit verzoek is echter afgewezen.

De Britse Tax Chamber heeft aan het HvJ EU een aantal prejudiciële vragen gesteld. Ten eerste vraagt de nationale rechter zich af of de overdracht van een goed aan een koper die deze aankoop op bedrieglijke wijze betaalt, kwalificeert als een levering van een goed. Daarnaast is de vraag gerezen of de betaling die AmEx en Streamline in het kader van deze overdracht aan Dixons hebben verricht op basis van de door hen gesloten overeenkomst, kwalificeert als de tegenprestatie voor de goederenlevering.

Het HvJ EU heeft in deze zaak geoordeeld dat het begrip ‘levering van een goed’ niet verwijst naar eigendomsoverdracht, maar zich uitstrekt tot elke overdrachtshandeling van een lichamelijke zaak door een partij, die de tegenpartij ertoe machtigt om als eigenaar over het goed te beschikken. Het leveringsbegrip is dus objectief van aard, onafhankelijk van het oogmerk en het resultaat van de betrokken handelingen. De transacties van de goederen door Dixons beantwoorden aan deze objectieve criteria en zijn niet aan te merken als btw-fraude. Bovendien heeft Dixons als eigenaar van de goederen de macht om als eigenaar over de goederen te beschikken overgedragen en heeft zij dit vrijwillig gedaan (waarmee de transacties niet vergelijkbaar zijn met diefstal van goederen). Dat op frauduleuze wijze een betaalkaart is gebruikt, verandert niets aan het feit dat de transacties kunnen kwalificeren als leveringen van goederen, aldus het HvJ EU. Vervolgens oordeelt het HvJ EU dat de betalingen die AmEx en Streamline hebben verricht aan Dixons, kwalificeren als de tegenprestaties voor deze goederenleveringen. De tegenprestatie voor een goederenlevering hoeft immers niet door de koper te worden betaald, maar kan ook door een derde (in casu AmEx en Streamline) worden betaald. De latere ontdekking dat met frauduleus gebruikte kaarten is betaald, doet niet af aan het feit dat de betalingen die Dixons ontvangen heeft, de tegenprestatie voor de levering van de goederen vormt. Kortom, Dixons heeft een goederenlevering tegen vergoeding verricht en is derhalve btw verschuldigd.

Zie 4.1 voor meer informatie over de vergoeding.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op