1 augustus 2013Btw-aftrek voor kosten ondernemingspensioenfonds

De casus in de zaak Fiscale eenheid PPG Holdings c.s. te Hoogezand (hierna: PPG) is eenvoudig. PPG heeft ten behoeve van haar werknemers een pensioenregeling gesloten en die ondergebracht in de Stichting Pensioenfonds PPG Industries Nederland (hierna: het pensioenfonds). Het pensioenfonds is volgens de Nederlandse wetgeving juridisch en fiscaal gescheiden van PPG. PPG was niet wettelijk verplicht om een pensioenfonds op te richten en had er ook voor kunnen kiezen om de pensioenverplichtingen uit te besteden aan een verzekeringsmaatschappij, waaraan zij premies zouden betalen en die verantwoordelijk zou zijn voor het uitkeren van de pensioenen aan gepensioneerde personeelsleden. PPG heeft echter gekozen voor de oprichting van een pensioenfonds. PPG betaalt de volledige premie; de werknemers van PPG betalen derhalve geen premie.

PPG heeft met dienstverleners contracten gesloten voor de administratie en het beheer van het pensioenfonds. De kosten van deze diensten zijn door PPG betaald en niet doorberekend aan het pensioenfonds. De btw op deze kosten heeft PPG in de jaren 2001 en 2002 volledig in aftrek gebracht. Naar de mening van de inspecteur ten onrechte. De inspecteur heeft deze btw daarom nageheven. Rechtbank Leeuwarden heeft de inspecteur in het gelijk gesteld. Naar haar oordeel zijn de diensten afgenomen door het pensioenfonds waardoor PPG een recht op btw-aftrek ontbeert, terwijl de afgenomen diensten ook niet kwalificeren als het van btw-heffing vrijgestelde beheer van een gemeenschappelijk beleggingsfonds. In hoger beroep vraagt Hof Leeuwarden zich af of er een rechtstreeks en onmiddellijk verband bestaat tussen de kosten voor het pensioenfonds en de belaste handelingen van PPG. Indien een dergelijk verband ontbreekt, vraagt het hof zich af of de handelingen jegens PPG vrijgesteld zijn van btw-heffing als het beheer dan wel de bedrijfsvoering van een gemeenschappelijk beleggingsfonds. Het hof heeft deze vragen voorgelegd aan het HvJ EU.

Het HvJ EU heeft in deze zaak geoordeeld dat PPG de btw op de diensten van beheer en bedrijfsvoering in aftrek mag brengen, mits uit het geheel van de omstandigheden van de betrokken transacties een rechtstreeks en onmiddellijk verband met de bedrijfsactiviteiten naar voren komt. Hiervan is sprake indien de kosten van de door PPG in dat kader afgenomen diensten deel uitmaken van haar algemene kosten en als zodanig bestanddelen van de prijs van de producten van PPG zijn. De bedrijfsactiviteiten van PPG zijn in dat geval namelijk de uitsluitende oorzaak van de afgenomen diensten, aldus het HvJ EU. Ten aanzien van de vraag of het ondernemings-pensioenfonds een gemeenschappelijk beleggingsfonds is verwijst het HvJ EU naar zijn Wheels Common Investment Fund Trustees Ltd e.a.-arrest. Hierin heeft het HvJ EU reeds beslist dat een ondernemings-pensioenfonds geen gemeenschappelijk beleggingsfonds is.

Commentaar
De les uit het Fiscale eenheid PPG Holdings c.s. te Hoogezand-arrest is dat werkgevers die er een eigen pensioenvoorziening op na houden eventuele diensten ten behoeve van het pensioenfonds via hen moeten laten lopen. Dit betekent dat de werkgever de contracten met de dienstverleners sluit, de facturen van de dienstverleners ontvangt en deze kosten niet mag doorbelasten aan het pensioenfonds. In dat geval heeft de werkgever immers het recht om de btw in aftrek te brengen (uiteraard voor zover de activiteiten van de werkgever aftrekgerechtigd zijn). Dat de kosten strikt genomen worden gemaakt ten behoeve van een andere juridische entiteit is -anders dan Rechtbank Leeuwarden besliste en de fiscus meende- niet doorslaggevend. Het HvJ EU kijkt met andere, meer bedrijfseconomische, ogen naar deze zaak. En bedrijfseconomisch zijn de kosten ten behoeve van het ondernemingspensioenfonds die niet worden doorbelast aan het pensioenfonds ‘gewoon’ algemene kosten voor de werkgever.

Hoewel de zaak PPG betrekking heeft op een groot concern, is de beslissing van het HvJ EU naar onze mening ook voor ‘kleinere’ situaties van belang. Hierbij kan gedacht worden aan de B.V. die als werkgever van de dga kosten maakt ten behoeve van de pensioen-B.V. en deze kosten niet doorbelast aan de pensioen-B.V. Ook in dat geval volgt naar onze mening uit het Fiscale eenheid PPG Holdings c.s. te Hoogezand-arrest dat de ‘pensioenkosten’ algemene kosten zijn. Dit betekent dat het voor de btw-heffing ook in die situatie lonend(er) is om eventuele diensten van derden ten behoeve van dit pensioen via de werkgever van de dga te laten ‘lopen’, tenzij die B.V. geen recht heeft op btw-aftrek.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op