18 maart 2016Btw-aftrek PPG voor kosten beheer en bedrijfsvoering pensioenfonds

De Hoge Raad heeft in de zaak PPG het oordeel van Hof Leeuwarden, inhoudende dat de btw op de kosten voor het beheer en de bedrijfsvoering van het bedrijfspensioenfonds aftrekbaar is,  in stand gelaten.

De feiten in de zaak Fiscale eenheid PPG Holdings c.s. te Hoogezand (hierna: PPG) zijn als volgt. PPG heeft ten behoeve van haar werknemers een pensioenregeling gesloten en die ondergebracht in de Stichting Pensioenfonds PPG Industries Nederland (hierna: het pensioenfonds). Het pensioenfonds is volgens de Nederlandse wetgeving juridisch en fiscaal gescheiden van PPG. PPG was niet wettelijk verplicht om een pensioenfonds op te richten en had er ook voor kunnen kiezen om de pensioenverplichtingen uit te besteden aan een verzekeringsmaatschappij, waaraan zij premies zouden betalen en die verantwoordelijk zou zijn voor het uitkeren van de pensioenen aan gepensioneerde personeelsleden. PPG heeft echter gekozen voor de oprichting van een pensioenfonds. PPG betaalt de volledige premie; de werknemers van PPG betalen derhalve geen premie.

PPG heeft met dienstverleners contracten gesloten voor de administratie en het beheer van het pensioenfonds. De kosten van deze diensten zijn door PPG betaald en niet doorberekend aan het pensioenfonds. De btw op deze kosten heeft PPG in de jaren 2001 en 2002 volledig in aftrek gebracht. Naar de mening van de inspecteur ten onrechte. De inspecteur heeft deze btw daarom nageheven. Rechtbank Leeuwarden heeft de inspecteur in het gelijk gesteld. Naar haar oordeel zijn de diensten afgenomen door het pensioenfonds waardoor PPG een recht op btw-aftrek ontbeert, terwijl de afgenomen diensten ook niet kwalificeren als het van btw-heffing vrijgestelde beheer van een gemeenschappelijk beleggingsfonds. In hoger beroep heeft Hof Leeuwarden – na beantwoording van de door het hof gestelde prejudiciële vragen door het HvJ – beslist dat sprake is van algemene kosten waardoor PPG recht heeft op volledige btw-aftrek. De na het stellen van prejudiciële vragen ingebrachte subsidiaire (aftrek is op grond van BUA uitgesloten) en meer subsidiaire stelling (PPG is btw verschuldigd over diensten aan pensioenfonds) heeft het hof niet behandeld, omdat dit in strijd is met de goede procesorde. De staatssecretaris heeft tegen deze uitspraak cassatieberoep ingesteld.

De Hoge Raad oordeelt dat de oordelen van het hof, inhoudende dat de bedrijfsactiviteiten van PPG de uitsluitende oorzaak van de afgenomen diensten vormen en dat een rechtstreeks en onmiddellijk verband bestaat tussen de kosten van het beheer en de bedrijfsvoering van het pensioenfonds en de gehele bedrijfsactiviteit van PPG, geen blijk geven van een onjuiste rechtsopvatting en voor het overige vanwege verwevenheden met waarderingen van feitelijke aard niet in cassatie op juistheid worden getoetst. Ook acht de Hoge Raad deze oordelen niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Ten aanzien van het subsidiaire standpunt dat in hoger beroep na het stellen van de prejudiciële vragen is ingebracht door de inspecteur oordeelt de Hoge Raad dat het hof dit standpunt ten onrechte niet heeft behandeld, aangezien dit louter een uitlegging van het BUA vereist. Toch kan dit niet tot cassatie leiden, omdat de Hoge Raad van oordeel is dat het treffen van een pensioenregeling niet kwalificeert als loon in natura en evenmin uitsluitend de persoonlijke doeleinden van het personeel dienst als bedoeld in art. 1, lid 1, onderdeel c van het BUA. Ook van een relatiegeschenk of een andere gift als bedoeld in art. 1, lid 2 van het BUA is geen sprake. Met betrekking tot het meer subsidiaire standpunt dat in hoger beroep niet is behandeld oordeelt de Hoge Raad dat dit niet onbegrijpelijk is, omdat de behandeling van deze stelling aanvullend feitenonderzoek zou vergen en dit in strijd zou zijn met de goede procesorde.

Het arrest van de Hoge Raad is in overeenstemming met de conclusie van A-G Van Hilten. Door dit arrest is duidelijk dat aftrekgerechtigde ondernemingen met een eigen pensioenfonds dat is ondergebracht in een aparte stichting een btw-voordeel, namelijk de aftrek van de btw op de kosten van het beheer en de bedrijfsvoering van het pensioenfonds, kunnen behalen door de diensten van het beheer en de bedrijfsvoering van het pensioenfonds niet te laten afnemen door het pensioenfonds, maar door de onderneming. Voor het behalen van dit btw-voordeel is in ieder geval nodig dat de contracten voor de deze diensten zijn/worden gesloten tussen de dienstverlener en de aftrekgerechtigde onderneming en dat de dienstverlener aan de aftrekgerechtigde onderneming een (correcte) factuur uitreikt.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op