20 april 2016Btw-aftrek kosten collectieve juridische acties VEB in belang effectenbezitters

Een vereniging die de belangen behartigt van effectenbezitters mag de btw op de juridische kosten voor collectieve juridische acties die zij uit eigen beweging start in aftrek brengen, aldus een recent oordeel van Hof Den Haag.

In deze zaak gaat het om een beleggersvereniging, VEB, die de behartiging van belangen van effectenbezitters en het bevorderen van effectenbezit ten doel heeft. In dat kader voert VEB collectieve juridische acties tegen bedrijven die volgens haar schade hebben toegebracht aan de belangen van beleggers. Als een juridische actie uitmondt in een schikking met het desbetreffende bedrijf, ontvangen de beleggers (door tussenkomst van VEB) een compensatie van dat bedrijf. De juridische acties worden door VEB op eigen initiatief gestart en zij ontvangt hiervoor geen aparte vergoeding van haar leden of van derden. VEB zorgt in voorkomende gevallen op verzoek van een aangesproken bedrijf voor het uitvoeren, ondersteunen en faciliteren van een schikking (de afwikkelingsactiviteiten) en ontvangt daarvoor een vergoeding van dat bedrijf. Daarnaast ontvangt VEB van bedrijven met wie schikkingen zijn getroffen in het kader van de schikkingen ook andere geldbedragen. Aan haar leden verricht VEB de volgende prestaties: de uitgave/verstrekking van het blad Effect, de uitgave/levering van een boek en adviesdiensten. Aan derden verricht zij tegen vergoeding de volgende diensten: het opnemen van advertenties in het blad Effect, het gelegenheid geven tot het maken van reclame tijdens de Dag van de Belegger en de afwikkelingsactiviteiten.   

Op 25 mei 2012 heeft VEB een suppletieaangifte ingediend voor het jaar 2011 en verzocht om een btw-teruggaaf van € 18.691. Naar aanleiding hiervan heeft de inspecteur vastgesteld dat VEB te weinig btw heeft voldaan en een naheffingsaanslag opgelegd ten bedrage van € 88.533. Over het tweede kwartaal heeft de inspecteur een teruggaaf verleend van € 12.084. Tegen de naheffingsaanslag en de teruggaafbeschikking heeft VEB bezwaar en beroep aangetekend.

In eerste aanleg heeft Rechtbank Den Haag in deze zaak geoordeeld dat de btw op de kosten voor de collectieve juridische acties niet voor aftrek in aanmerking komen, omdat deze actie geen btw-belaste activiteit vormen.

Het oordeel van Hof Den Haag in hoger beroep luidt echter dat VEB wel recht heeft op aftrek van de btw op de kosten die zij maakt voor de acties. VEB verricht met het initiëren en uitvoeren van collectieve juridische acties namelijk economische activiteiten voor de btw en is daarom aan te merken als btw-ondernemer. VEB streeft er met het uitvoeren van de acties naar om opbrengsten te genereren en de aangesproken bedrijven de kosten te laten betalen, door het in opdracht laten uitvoeren van de afwikkelingsactiviteiten. Het feit dat vooraf niet zeker is of succes behaald wordt en betaling van de kosten niet vooraf afgedwongen kan worden, doet hieraan volgens het hof niet af, zeker nu VEB in meer dan 90% van de gevallen succes behaalt. Het feit dat de acties mede het belang van de beleggers betreffen, waaronder de leden van VEB, zorgt er volgens het hof niet voor dat geen sprake is van economische activiteiten. Er kan evenmin gezegd worden dat de betaling van de kosten aan te merken is als een schadevergoeding, die buiten de reikwijdte van de btw valt. Ook is geen sprake van de vrijstelling voor prestaties van syndicale organisaties aan hun leden (zie  Deze uitspraak laat zien hoe moeilijk de aftrekregels zijn voor ondernemers die belaste en onbelaste prestaties verrichten. Op basis van dezelfde feiten komen rechtbank en hof namelijk tot een tegenovergesteld oordeel. Juist daarom is het van belang om als een ‘gemengde’ ondernemer goed in kaart te (laten) brengen welke activiteiten verricht worden, of deze btw-belast of onbelast zijn en welke kosten (geheel of deels) aan de btw-belaste activiteiten toerekenbaar zijn. Als er over deze toerekening van kosten aan btw-belaste activiteiten twijfel mogelijk is, verdient het aanbeveling om de in kaart gebrachte toerekeningsgevolgen met de inspecteur af te stemmen. Overigens zijn wij van mening dat het hof in deze zaak wel erg makkelijk constateert dat de kosten voor de collectieve juridische acties uitsluitend toerekenbaar zijn aan de aftrekgerechtigde activiteiten van de VEB. Het voeren van collectieve acties zelf is naar onze mening geen economische activiteit van de VEB, aangezien deze acties niet plaatsvinden op basis van een overeenkomst, laat staan tegen een (vooraf) bedongen vergoeding. De afwikkelingsactiviteiten zijn wel aftrekgerechtigde activiteiten van de VEB. Uit de feiten in deze zaak leiden wij af dat de vergoeding die het bedrijf aan de VEB betaalt voor de afwikkeling van de schikking pas overeengekomen wordt nadat de collectieve juridische actie tot een schikking heeft geleid. Omdat niet alle collectieve acties tot een schikking leiden, kan naar onze mening niet gezegd worden dat de kosten van deze acties volledig zijn toe te rekenen aan de aftrekgerechtigde afwikkelingsactiviteiten van de VEB. Een deel van deze kosten is ook toerekenbaar aan de collectieve juridische acties die niet tot een schikking leiden. Dit betekent dat de kosten naar onze mening zowel toerekenbaar zijn aan de btw-belaste afwikkelingsactiviteiten en de niet-economische activiteiten in het kader van de collectieve juridische acties. De uitspraak van de rechtbank komt ons daarom juist voor. Zie