2 maart 2015Btw-aftrek gemeente Wageningen voor levering schoolgebouw tegen lage vergoeding

De gemeente Wageningen heeft een schoolgebouw laten bouwen. De bouwkosten bedroegen ca. € 18 miljoen. In 2006 heeft de gemeente dit schoolgebouw voor een bedrag van € 440.000 (inclusief btw) verkocht aan het schoolbestuur en de btw op de bouwkosten, een bedrag van € 3,3 miljoen, in aftrek gebracht. De inspecteur meent echter dat de gemeente geen recht heeft op aftrek van de btw op de bouwkosten en heeft een naheffingsaanslag opgelegd.  

In eerste aanleg heeft Rechtbank Arnhem in deze zaak geoordeeld dat de macht om als eigenaar over het schoolgebouw te beschikken is overgedragen op het schoolbestuur en dat de betaalde vergoeding niet symbolisch is, zodat een levering van het schoolgebouw tegen vergoeding heeft plaatsgevonden. Toch gaat de volledige btw-aftrek van de gemeente niet door, omdat volgens de rechtbank sprake is van misbruik van recht. In hoger beroep heeft Hof Arnhem-Leeuwarden, evenals de rechtbank, geoordeeld dat betaalde vergoeding van € 440.000, afgezet tegen de getaxeerde waarde van het schoolgebouw van ruim € 1,6 miljoen (exclusief btw), niet kwalificeert als een symbolische vergoeding. Het hof volgde de rechtbank echter niet in haar oordeel dat sprake is van misbruik van recht, zodat de gemeente naar het oordeel van het hof recht heeft op aftrek van de btw op de bouwkosten. Het hof heeft de opgelegde naheffingsaanslag vernietigd. 

De staatssecretaris van Financiën heeft cassatieberoep aangetekend tegen de uitspraak van het hof. Volgens hem is sprake van een symbolische vergoeding en heeft de gemeente met betrekking tot een van de betrokken facturen een hoger bedrag in aftrek heeft gebracht dan op die factuur als btw was vermeld. De naheffingsaanslag was met betrekking tot een bepaald bedrag mede opgelegd op de grond dat de gemeente dat bedrag ten onrechte in aftrek had gebracht, aldus de staatssecretaris. Naar het oordeel van de Hoge Raad getuigt het oordeel van het hof dat geen sprake is van een symbolische vergoeding niet van een onjuiste rechtsopvatting, ook niet in het licht van het feit dat de stichtingskosten ruim € 18 miljoen bedroegen. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep wel gegrond, omdat het hof de naheffingsaanslag gedeeltelijk op een-niet aangevoerde grond heeft vernietigd. De gemeente heeft namelijk de hoogte van het bedrag van de naheffingsaanslag noch de grondslag (dat sprake is van onterecht in aftrek gebrachte btw) betwist en de inspecteur heeft niet verklaard dat de aanslag ook met betrekking tot het onterecht in aftrek gebrachte bedrag zou moeten worden vernietigd. Naar het oordeel van de Hoge Raad moet de aanslag niet volledig worden vernietigd, maar tot op € 101.475 (het bedrag aan onterechte aftrek) worden verminderd.

Voor meer informatie over aftrek van voorbelasting, zie