13 juli 2016Brief naar aanleiding van algemeen overleg inzake de btw

Op 2 juni jl. heeft de Tweede Kamer overleg gevoerd over een aantal btw-onderwerpen, zoals de holdingresolutie en de btw-gevolgen van samenwerking in het onderwijs. In een recente brief geeft de staatssecretaris Wiebes van Financiën een antwoord op een aantal van deze btw-vragen.

Holdingresolutie
Tijdens het overleg is onder andere de fiscale eenheid voor de btw aan de orde gekomen. Tweede Kamerlid Van Vliet (eenmansfractie Van Vliet) heeft gevraagd naar de reikwijdte van de fiscale eenheid ten aanzien van bijvoorbeeld grensoverschrijdende transacties tussen Nederlandse entiteiten en buitenlandse vestigingen daarvan. De vraag is onder andere of de zogeheten holdingresolutie, op grond waarvan een sturende en beleidsbepalende holding die geen btw-ondernemer is onder voorwaarden kan worden opgenomen in een fiscale eenheid, in relatie tot het Skandia-arrest nog ‘EU-proof’ is. In antwoord op deze vraag geeft Wiebes aan dat hij geen plannen heeft om aan dit beleid een einde te maken. Met betrekking tot het Skandia-arrest geeft de staatssecretaris aan dat de Hoge Raad bepaald heeft dat in Nederland zowel de vaste inrichting als de hoofdvestiging van een rechtspersoon deel uitmaakt van een fiscale eenheid. Dit brengt mee dat er geen sprake kan zijn van aan de btw-heffing onderworpen prestaties tussen de hoofdvestiging in Nederland en een vaste inrichting in een andere EU-lidstaat, aldus Wiebes. Zie Btw-heffing game-industrie
Kamerlid Van Weyenberg (D66) heeft vragen gesteld over de digitale verkoop van games. Niet alle dienstverleners blijken btw in rekening te brengen bij de activatiecodes voor games en Van Weyenberg wil weten wat hieraan wordt gedaan. De staatssecretaris verwijst naar de antwoorden op eerdere vragen Kamerlid Bashir (SP) en merkt in aanvulling hierop op dat de betaling voor een digitaal verstuurde activatiecode voor een game de vergoeding vormt voor een elektronische dienst, die belast is met btw. In antwoord op de vraag naar de handhaving merkt Wiebes op dat de naleving van de btw-wetgeving wordt verricht op basis van handhavingsregie, dat de Belastingdienst signalen dat geen btw wordt voldaan oppakt om tot heffing te komen en dat dit in dit geval niet anders is. Zie
Samenwerking in het onderwijs
In zijn brief gaat de staatssecretaris, tegen de achtergrond van het VAVO-arrest, in op diverse (al dan niet btw-vrijgestelde) vormen van samenwerking in het onderwijs. Met betrekking tot dit onderwerp geeft hij aan dat de uitleg van het VAVO-arrest is gepubliceerd in een nieuwsbrief op de website van de Belastingdienst, reeds wordt toegepast door de Belastingdienst en dat het op korte termijn zal worden opgenomen in het besluit over btw en onderwijs. Zie
Afschaffen drempel btw-vrijstelling bij invoer
Momenteel geldt een btw-vrijstelling bij de invoer van kleine zendingen van niet-EU-leveranciers. Zij kunnen, in tegenstelling tot bedrijven in de EU-lidstaten, goederen met een waarde van maximaal € 22 btw-vrij leveren aan Europese consumenten. Deze vrijstelling werkt momenteel concurrentieverstorend en de Europese Commissie heeft aangekondigd eind 2016 een voorstel te presenteren waarin (onder andere) deze vrijstelling zal worden afgeschaft. Het afschaffen van de vrijstelling zou een einde moeten maken aan het concurrentienadeel. Kamerlid De Vries (VVD) heeft Wiebes gevraagd naar de gevolgen voor het bedrijfsleven bij het afschaffen van de vrijstelling. Wiebes geeft daarop aan dat de Commissie voorafgaand aan het presenteren van een voorstel voor aanpassing van de btw-richtlijn een impact assessment laat uitvoeren, waarbij ook de gevolgen voor het bedrijfsleven worden meegenomen. Zie