10 januari 2014Bijdragen hogescholen vergoedingen voor verhuur studentenhuisvesting?

Een stichting heeft met een drietal hogescholen een samenwerkingsovereenkomst gesloten met betrekking tot de huisvesting van buitenlandse studenten. Uit hoofde van deze overeenkomst heeft de stichting in de jaren 2003 tot en met 2006 bijdragen voor exploitatietekort en leegstand in rekening gebracht aan de hogescholen. De kamers worden door de stichting tegen vergoeding verhuurd aan buitenlandse studenten. In geschil is of, en zo ja, op welke wijze deze bijdragen in de btw-heffing moeten worden betrokken. Rechtbank Leeuwarden was van oordeel dat de stichting ter zake van deze bedragen 19% btw verschuldigd was, terwijl Hof Leeuwarden in hoger beroep oordeelde dat er sprake is van één dienst tegen vergoeding, namelijk: de verhuur van studentenkamers, waarop (hetgeen in deze zaak niet in geschil is) het 6%-tarief van toepassing is. Tegen de uitspraak van het hof is cassatieberoep ingesteld.

In cassatie heeft A-G Van Hilten de Hoge Raad geadviseerd te oordelen dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk dan wel onvoldoende gemotiveerd is en de zaak te verwijzen naar een ander hof. De Hoge Raad volgt dit advies en verwijst de zaak naar Hof Den Bosch ter verdere behandeling en beslissing. In zijn oordeel heeft Hof Leeuwarden tot uitgangspunt genomen dat geen verschil moet worden gemaakt tussen de verschillende bijdragen, namelijk de vergoeding voor het exploitatietekort en de vergoeding voor de leegstand. Met betrekking tot de twee onderscheiden bedragen zijn echter onderling van elkaar afwijkende voorwaarden gesteld, zodat de bedragen afzonderlijk in aanmerking moeten worden genomen, aldus de Hoge Raad. Voorts blijkt uit de feiten dat de betaalde vergoedingen voor de leegstand door de hogescholen per kamer verschuldigd worden, maar alleen wanneer en zolang een kamer niet aan een student wordt verhuurd, zodat van deze vergoedingen niet kan worden geoordeeld dat zij rechtstreeks verband houden met de prijs van de verhuur van een kamer aan een student. Ook het oordeel van het hof dat de prijs die de studenten betalen bepaalbaar beïnvloed is door de vergoeding voor het exploitatietekort die de hogescholen betalen is –zonder nadere motivering- onbegrijpelijk, nu de inspecteur van de Belastingdienst heeft aangegeven geen direct verband te zien tussen deze beide bedragen. De uitspraak van Hof Leeuwarden kan derhalve niet in stand blijven.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op