31 maart 2017Besluit samenloop overdrachtsbelasting en btw geactualiseerd

Recent is het besluit over de samenloop van overdrachtsbelasting en btw geactualiseerd. De belangrijkste inhoudelijke wijzigingen zijn:

  • De samenloopvrijstelling geldt in principe niet indien de verkregen onroerende zaak reeds als bedrijfsmiddel is gebruikt en de verkrijger (deels) recht heeft op aftrek van de btw. De voorwaarde dat de verkrijger geen recht op btw-aftrek mag hebben is aangepast op het punt van de vermogensetikettering voor de btw (2.1.3). Als één zelfstandige onroerende zaak voor de btw gedeeltelijk tot het bedrijfsvermogen en gedeeltelijk tot het privévermogen van de btw-ondernemer wordt gerekend en er voor deze onroerende zaak (enig) recht op btw-aftrek bestaat, is de samenloopvrijstelling niet van toepassing. Voorheen mocht de samenloopvrijstelling worden toegepast voor zover het goed tot het privévermogen werd gerekend.

 

  • Er is een onderdeel (2.1.4) toegevoegd over de gevolgen van het arrest van de Hoge Raad van 22 maart 2013, nr. 12/02180, voor de toepassing van de samenloopvrijstelling bij koop-/aannemingsovereenkomsten. De samenloopvrijstelling is van toepassing bij de verkrijging van een onroerende zaak (lees: de grond) voorafgaand aan de btw-belaste levering van het nieuwe gebouw op basis van een koop-/aannemingsovereenkomst (op het moment van oplevering), zo volgt uit het besluit. In de praktijk werd overigens al zo gehandeld.

 

  • Bij de verkrijging van een nieuw gebouw of bouwterrein krachtens een verhuurdienst voor de btw (lees: de vestiging en dergelijke van een beperkt recht die niet gelijkgesteld wordt met een levering ex art. 3, lid 2 Wet OB) die zonder art. 37d Wet OB of het bestaan van een fiscale eenheid voor de btw belastbaar zou zijn geweest, kan de samenloopvrijstelling toch van toepassing zijn indien aannemelijk is dat geopteerd zou zijn voor belaste verhuur (onderdelen 2.2.1 en 2.2.2). Dit is in ieder geval aannemelijk indien de koper de verkregen onroerende zaak voor 90% (en in sommige gevallen voor 70%) voor aftrekgerechtigde activiteiten gebruikt (lees: zou kunnen opteren voor belaste verhuur).

 

  • Bij beleggingsfondsen is de juridische eigendom en de economische eigendom van onroerende zaken veelal in verschillende handen. In dat geval kan strikt genomen alleen bij de verkrijging van de juridische eigendom door de bewaarder(beheerder) sprake van een samenloop van btw en overdrachtsbelasting. Voorheen was voor deze situatie goedgekeurd dat de samenloopvrijstelling voor beide verkrijgingen kon worden toegepast, mits sprake was van een verplichte scheiding van de juridische eigendom en het beheer van beleggingen op grond van de Wet financieel toezicht (Wft). Dit beleid is verruimd. Ook bij beleggingsfondsen met één beheerder/bewaarder (lees: geen scheiding juridische eigendom en beheer) of een onverplichte scheiding van de juridische eigendom en het beheer mag de goedkeuring voor toepassing van de samenloopvrijstelling worden toegepast (2.2.5).

 

  • Er is een onderdeel (2.2.7) toegevoegd met beleid over de toepassing van de samenloopvrijstelling bij de verkrijging van aandelen in een onroerendezaakrechtspersoon als bedoeld in art. 4 WBR. Indien de verkregen aandelen betrekking hebben op een bouwterrein of nieuw gebouw kan door de aandelen worden ‘heengekeken’ naar de ‘onderliggende’ onroerende zaken. Met andere woorden: de samenloopvrijstelling kan worden toegepast bij de verkrijging van aandelen in de onroerendezaakrechtspersoon die betrekking hebben op een bouwterrein of nieuw gebouw waarvan de fysieke levering door de onroerendezaakrechtspersoon btw-belast zou zijn.

 

  • Tot slot is in onderdeel 2.2.8 een goedkeuring opgenomen voor toepassing van de samenloopvrijstelling bij de overdracht van een aandeel in een v.o.f, maatschap etc. inclusief een aandeel in een onroerende zaak (een zogeheten deelgerechtigdheid in een samenwerkingsverband). Deze overdracht is voor de btw geen belastbare (en dus ook geen belaste handeling). Ook bij deze overdracht mag voor de toepassing van de samenloopvrijstelling gedaan worden alsof voor de btw sprake is van een levering van het betreffende aandeel in de onroerende zaak, mits het samenwerkingsverband een btw-ondernemer is.

Zie