10 augustus 2015Beschikking beëindiging fiscale eenheid btw niet vatbaar voor bezwaar en beroep

Het is naar het oordeel van Rechtbank Den Haag niet mogelijk om bezwaar en beroep aan te tekenen tegen de beschikking inzake de beëindiging van  een fiscale eenheid voor de btw. 

Onderwijsinstelling X bestaat uit een twaalftal basisscholen een school voor speciaal (voortgezet) onderwijs, een scholengemeenschap voor voortgezet onderwijs met vier vestigingen en een school voor praktijkonderwijs. Tot 2009 maakten de scholen gebruik van externe schoonmaakbedrijven. In mei 2009 heeft X de BV Y opgericht, zodat zij de schoonmaakdiensten in eigen beheer kon gaan uitvoeren. X houdt 100% van de aandelen in Y en is enig bestuurder. In juni 2009 heeft de inspecteur van de Belastingdienst een beschikking fiscale eenheid btw afgegeven. 

Omdat niet aan alle voorwaarden voor een fiscale eenheid zou worden voldaan, heeft de inspecteur bij beschikking van 21 december 2012 aan X meegedeeld dat de fiscale eenheid per 1 januari 2013 zou worden beëindigd. X heeft hiertegen bezwaar aangetekend. Aangezien de inspecteur op dit bezwaar niet tijdig besliste, heeft X vervolgens verzocht om toekenning van een dwangsom. In 2015 is het bezwaar door de inspecteur niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om toekenning van een dwangsom afgewezen, omdat het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is. Tussen partijen is in geschil of de beschikking ter beëindiging van de fiscale eenheid een voor (bezwaar en) beroep vatbare beschikking is. 

De beschikking is niet aan te merken als een voor bezwaar vatbare beschikking, zo heeft Rechtbank Den Haag in deze zaak geoordeeld. De rechtbank haalt daarbij een uitspraak van Hof Leeuwarden uit 1995 aan, waarin is geoordeeld dat het einde van een fiscale eenheid in de wetgeving, anders dan het begin ervan, niet afhankelijk gesteld van een voor bezwaar vatbare beschikking van de inspecteur. De fiscale eenheid eindigt van rechtswege wanneer niet langer wordt voldaan aan de wettelijk daaraan gestelde vereisten. Nu de AWR de mogelijkheid van bezwaar en beroep slechts opent voor een ingevolge enige bepaling van de belastingwet door de inspecteur genomen ”voor bezwaar vatbare beschikking” is bezwaar (en beroep) tegen de beschikking van de inspecteur van dus niet mogelijk, zo oordeelde het hof destijds. Het beroep van X op het vertrouwensbeginsel faalt eveneens: als de wet niet voorziet in een rechtsgang, kan deze niet alsnog gecreëerd worden door een misslag van de inspecteur of een afspraak tussen partijen, aldus de rechtbank. X kan evenmin een beroep doen op de Awb (Algemene wet bestuursrecht), omdat het in casu gaat om een besluit als bedoeld in de Awr (Algemene wet inzake rijksbelastingen). Aangezien sprake is van een kennelijk niet-ontvankelijk bezwaar, is de inspecteur geen dwangsom verschuldigd voor het niet tijdig beslissen op bezwaar.

 

Zie 1.10 voor meer informatie over de (beschikking) fiscale eenheid voor de btw.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op