9 december 2016Beheer pensioenvermogen in middelloonstelsel btw-belast

Het beheer van het vermogen van een bedrijfstakpensioenfonds met een middelloonstelsel is volgens de Hoge Raad belast met btw.

Een B.V. die onderdeel uitmaakt van een fiscale eenheid voor de btw (hierna: de fiscale eenheid) heeft een Investment Management Agreement gesloten met een bedrijfstakpensioenfonds van personeel dat werkzaam is in de sector zorg en welzijn. Op grond van deze overeenkomst is de fiscale eenheid verantwoordelijk voor het beheren en beleggen van het toegewezen vermogen. Het bedrijfstakpensioenfonds voert een pensioenregeling uit die de organisaties van werkgevers en werknemers in de bedrijfstak zorg en welzijn zijn overeengekomen in het kader van het CAO-overleg. De van een werkgever geïnde premies komen deels ten laste van de werknemer en deels ten laste van de werkgever, maar alleen de werknemer heeft een voor- of nadeel bij een verbetering of versobering van de pensioenuitkering. Het betreft een middelloonstelsel, ook wel aangeduid als uitkeringsovereenkomst of defined benefit-regeling.

In een geval van onderdekking wordt een extra premieopslag van maximaal 2,5% bij wijze van herstelpremie aan de werkgever berekend. Pas nadat hiertoe is besloten kan een vermindering van de pensioenaanspraken en pensioenrechten plaatsvinden. Als de beleggingsinkomsten boven verwachting zijn, komen de revenuen ten goede aan het bedrijfstakpensioenfonds en niet aan de individuele begunstigden naar rato van hun deelneming. In het uitvoeringsreglement van het bedrijfstakpensioenfonds is de omvang van de te storten premies bepaald. Wanneer het met de beleggingen goed gaat, kan de premie worden gematigd. De dekkingsgraad is bepalend voor de ruimte om ingegane pensioenen en andere opgebouwde pensioenen te indexeren. Bestaande pensioenen kunnen niet worden afgekocht. Het is wel onder strikte voorwaarden mogelijk om opgebouwd pensioen bij verandering van werkkring mee te nemen naar een ander bedrijfspensioenfonds. Overdracht vindt dan rechtstreeks, d.w.z. zonder dat de waarde het vermogen van de betrokkene passeert, plaats van een bedrag dat naar een actuariële waarde is contant gemaakt.

Ter zake van het beheer van het bedrijfstakpensioenfonds heeft de fiscale eenheid over het tijdvak juli 2009 € 157.297 voldaan en tegen deze voldoening bezwaar gemaakt. Rechtbank Den Haag heeft in deze zaak geoordeeld dat het bedrijfstakpensioenfonds geen beleggingsfonds is, omdat de doelstelling van een pensioenfonds verschilt van die va een beleggingsinstelling. In hoger beroep heeft Hof Den Haag geoordeeld dat het karakter van het bedrijfstakpensioenfonds wezenlijk anders isdan het karakter van een (gemeenschappelijk) beleggingsfonds en het beheer door de fiscale eenheid daarom niet btw-vrijgesteld is. De B.V. heeft tegen deze uitspraak cassatieberoep ingesteld. A-G Ettema heeft de Hoge Raad geadviseerd om te oordelen dat het beheer van het pensioenvermogen in deze zaak btw-vrijgesteld is.

De Hoge Raad oordeelt dat het beleggingsrisico dat de deelnemers dragen bij de beleggingen van het pensioenfonds en de doorwerking van het resultaat daarvan in de hoogte van de pensioenuitkeringen onvoldoende is om deze gelijk te stellen met het beleggingsrisico dat deelnemers van een instelling voor collectieve belegging in effecten (icbe) dragen. De hoogte van de pensioenuitkering die de deelnemers ontvangen, is in beginsel niet afhankelijk van de beleggingsresultaten maar van het aantal dienstjaren en het bedrag van het gemiddeld verdiende loon (vergelijk het Wheels-arrest van het HvJ). Eventuele reserveringen als gevolg van meevallende resultaten komen (uiteindelijk) ten goede aan de (collectiviteit van de) deelnemers, maar ook in dat geval worden de (aanspraken op de) pensioenuitkeringen berekend op basis van het aantal dienstjaren en het gemiddeld verdiende loon en naar de vermeerdering van het vermogen van het pensioenfonds. Het risico dat de pensioenenuitkeringen niet worden geïndexeerd dan wel worden verminderd doet hieraan niet af. Dit risico is van een andere orde dan het beleggingsrisico dat deelnemers van een icbe lopen (directe vermindering waarde deelgerechtigdheid bij tegenvallende beleggingsresultaten). Het pensioenfonds kan daarom niet als een gemeenschappelijk beleggingsfonds worden aangemerkt waardoor het hof terecht heeft geoordeeld dat het beheer van dit pensioenfonds niet btw-vrijgesteld is.

 Het arrest van de Hoge Raad is conform het bestaande beleid van de staatssecretaris en bevestigt dat de btw-vrijstelling voor het beheer van gemeenschappelijke beleggingsfondsen niet geldt voor het beheer van Defined-Benefit-pensioenregelingen (hierna: DB-pensioenregelingen). In ons commentaar op de conclusie van de A-G hebben wij aangegeven dat wij de juistheid van het standpunt van de A-G betwijfelden. In ons commentaar hebben wij erop gewezen dat uit de zaak Wheels is af te leiden dat een collectief (rest)risico en een non-indexatierisico onvoldoende is om een pensioenfonds als een gemeenschappelijk beleggingsfonds aan te merken en dat het HvJ tot op heden slechts in gevallen waarin de deelnemers een direct risico lopen op het verlies van de inleg heeft geoordeeld dat sprake is van een gemeenschappelijk beleggingsfonds. Uit dit arrest volgt dat de Hoge Raad op dezelfde lijn zit. Omdat de meeste pensioenregelingen in Nederland DB-pensioenregelingen zijn, betekent dit arrest van de Hoge Raad dat het beheer van pensioenfondsen die deze regelingen uitvoeren btw-belast blijft. Voor meer informatie over de btw-vrijstelling voor het beheer van gemeenschappelijke beleggingsfondsen zie 8.3.1.8.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op