24 december 2014Beheer bedrijfstakpensioenfonds in sector zorg en welzijn niet btw-vrijgesteld

Een B.V. die onderdeel uitmaakt van een fiscale eenheid voor de btw (hierna: de fiscale eenheid) heeft een Investment Management Agreement gesloten met een bedrijfstakpensioenfonds van personeel dat werkzaam is in de sector zorg en welzijn. Op grond van deze overeenkomst is de fiscale eenheid verantwoordelijk voor het beheren en beleggen van het toegewezen vermogen.

Het bedrijfstakpensioenfonds voert een pensioenregeling uit die de organisaties van werkgevers en werknemers in de bedrijfstak zorg en welzijn zijn overeengekomen in het kader van het CAO-overleg. De van een werkgever geïnde premies komen deels ten laste van de werknemer en deels ten laste van de werkgever, maar alleen de werknemer heeft een voor- of nadeel bij een verbetering of versobering van de pensioenuitkering. In een geval van onderdekking wordt een extra premieopslag van maximaal 2,5% bij wijze van herstelpremie aan de werkgever berekend. Pas nadat hiertoe is besloten kan een vermindering van de pensioenaanspraken en pensioenrechten plaatsvinden. Als de beleggingsinkomsten boven verwachting zijn, komen de revenuen ten goede aan het bedrijfstakpensioenfonds en niet aan de individuele begunstigden naar rato van hun deelneming. In het uitvoeringsreglement van het bedrijfstakpensioenfonds is de omvang van de te storten premies bepaald. Wanneer het met de beleggingen goed gaat, kan de premie worden gematigd. De dekkingsgraad is bepalend voor de ruimte ingegane pensioenen en andere opgebouwde pensioenen te indexeren. Bestaande pensioenen kunnen niet worden afgekocht. Het is wel onder strikte voorwaarden mogelijk om opgebouwd pensioen bij verandering van werkkring mee te nemen naar een ander bedrijfspensioenfonds. Overdracht vindt dan rechtstreeks, d.w.z. zonder dat de waarde het vermogen van de betrokkene passeert, plaats van een bedrag dat naar een actuariële waarde is contant gemaakt.

Ter zake van het beheer van het bedrijfstakpensioenfonds heeft de fiscale eenheid over het tijdvak juli 2009 € 157.297 voldaan en tegen deze voldoening bezwaar gemaakt. Na afwijzing van het bezwaar, heeft zij beroep ingesteld bij Rechtbank Den Haag. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die uitspraak is door de fiscale eenheid hoger beroep ingesteld bij Hof Den Haag.

Het hof oordeelt dat het bedrijfstakpensioenfonds niet opereert met het uitsluitende doel de collectieve belegging in effecten en/of bepaalde andere liquide financiële activa van uit het publiek aangetrokken kapitaal, met toepassing van het beginsel van risicospreiding. Hoewel het bedrijfstakpensioenfonds een instelling is waarin een groot aantal beleggingen zijn samengevoegd, kan niet worden gezegd dat elke deelnemer, de pensioengerechtigde, zelf de beleggingsproducten van het fonds bezit. Gelet op de feiten kan ook niet worden gezegd dat het risico van begunstigden enkel afhankelijk is van en wordt gespreid over een aantal beleggingen. Een deelnemer heeft een in de tijd begrensd recht op een pensioenuitkering en daarmee niet een vast recht op een deel van het vermogen. Het karakter van het bedrijfstakpensioenfonds is volgens het hof daarom wezenlijk anders dan een (gemeenschappelijk) beleggingsfonds. Om die reden is het beheer door de fiscale eenheid niet btw-vrijgesteld. Het hoger beroep van de fiscale eenheid is daarom ongegrond.

Voor meer informatie over de btw-vrijstelling voor het beheer van gemeenschappelijke beleggingsfondsen zie 8.3.1.8.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op