13 december 2016Begeleiding kinderen in opdracht van zorgboerderij btw-vrijgesteld

Een maatschap van zorgverleners die kinderen op een zorgboerderij begeleiden tijdens sportgroepjes, een kookgroep en bij wisselende activiteiten, sluit hiervoor overeenkomsten met de zorgboerderij. Het geld komt via een zorgkantoor en zorgboerderij of rechtstreeks via de ouders binnen bij de maatschap. Ouders met een PGB betalen voor individuele begeleiding rechtstreeks aan de maatschap.

De ontvangen PGB-gelden zijn vrij van btw omdat de activiteiten vallen onder de btw-vrijstelling voor het aanbieden van o.m. dagbesteding aan instellingen en aan personen die beschikken over PGB-gelden. Hof Arnhem-Leeuwarden moet de vraag beantwoorden of de diensten die de maatschap aan de zorgboerderij verricht en waarvoor zij vergoedingen ontvangt van de zorgboerderij, ook onder deze vrijstelling vallen.

Het hof geeft aan dat alle ondernemers die diensten verrichten die bestaan uit het verlenen van dagbesteding, etc., hun diensten vrij van btw mogen aanbieden, als zij voldoen aan de wettelijke voorwaarden. Het hof vindt vanuit het oogpunt van de uiteindelijke ontvanger de diensten gelijkwaardig ongeacht of het contract via de zorgboerderij of rechtsreeks met de ouders is gesloten. De beroepskwalificaties van de zorgverleners van de maatschap en de kwaliteit van de zorg is namelijk hetzelfde.

 Het hof baseert het standpunt dat alle ondernemers die dergelijke diensten verrichten de vrijstelling van artikel 11, lid 11, onderdeel g, 3e Wet OB op de rechtspraak en de parlementaire geschiedenis. Het neutraliteitsbeginsel brengt met zich dat gelijkwaardige diensten niet ongelijk mogen worden behandeld.

In haar uitspraak concludeerde het hof dat de bepalingen in de btw-richtlijn waarop deze vrijstelling is gebaseerd, geen voorwaarden bevatten over de hoedanigheid van de contractant van de ondernemer die de prestatie verricht. De Nederlandse wetgever heeft er echter voor gekozen om hier wél voorwaarden aan te stellen. De inspecteur heeft tijdens de behandeling van het hoger beroep geen toelichting kunnen geven op de achtergrond van deze keuze. Het hof is van oordeel dat van de Nederlandse wetgever verlangd mag worden dat een keuze om voorwaarden te stellen wordt gemotiveerd, zeker als de grondslag in de btw-richtlijn niet evident is. Aangezien de inspecteur desgevraagd geen nadere toelichting heeft gegeven, heeft het hof geen rekening kunnen houden met deze overwegingen. Zie 8.2.1 voor meer informatie over de btw-vrijstelling voor zorgprestaties.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op