7 november 2014B.V. is afnemer van niet op de balans staande Volvo

Het recht op btw-aftrek komt toe aan de afnemer die het afgenomen goed of de afgenomen dienst voor aftrekgerechtigde activiteiten gebruikt. Soms is het echter lastig om te bepalen wie de afnemer is van een goed, hetgeen het geval is als privé- en zakelijke elementen door elkaar lopen. In een onlangs gepubliceerde uitspraak heeft Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan over de vraag of een B.V. of haar dga de afnemer is van een aangeschafte Volvo. 

In deze uitspraak gaat het om een holding die btw-ondernemer is voor het tegen vergoeding verrichten van managementdiensten aan een kantoor. Aan de holding is op 28 december 2010 een factuur uitgereikt ten bedrage van € 67.434,64 ter zake van de aankoop van een Volvo. In dit bedrag is € 7.851,99 aan btw begrepen. Het gefactureerde bedrag is voldaan middels betalingen door de holding van € 25.000 op 31 december 2010 en van € 35.984,64 op 3 januari 2011 en door de levering van de privéauto van de dga. Het kenteken is op 4 januari 2011 op naam gezet van de holding en heeft tot 31 december 2012 op naam van de holding gestaan. De holding heeft de Volvo in die periode verzekerd. In de jaarstukken over 2010 en 2011 staat de Volvo niet op de balans van de holding en voor de inkomsten-, loon- en vennootschapsbelasting is de auto als privéauto van de dga aangemerkt. De holding vraagt de in rekening gebrachte btw terug in de btw-aangfite over het vierde kwartaal van 2010. In de btw-aangifte over het laatste kwartaal van 2011 geeft de holding een btw-correctie aan voor het privégrbuik van de Volvo ten bedrage van € 894. In juli 2012 benadert de holding de inspecteur met de vraag of zij de Volvo aan de dga kan overdragen voor een bedrag dat gelijk is aan de rest-BPM zonder btw verschuldigd te zijn. De inspecteur neemt vervolgens het standpunt in dat de btw-aftrek ten onrechte is verleend en legt voor het tijdvak van 1 oktober 2010 tot en met 31 december 2011 een naheffingsaanslag op. Na afwijzing van het bezwaar stelt de holding beroep in bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Naar het oordeel van de rechtbank is de holding de juridische eigenaar van de Volvo, omdat zij de aankoopfactuur heeft ontvangen, het grootste deel van de facturen heeft betaald, het kenteken op 4 januari 2011 op haar naam is gezet en zij de auto heeft verzekerd. Anders dan de inspecteur meent, is de rechtbank van oordeel dat de economische realiteit niet hierin bestaat dat de holding de dga een lening heeft verstrekt om de Volvo in privé aan te schaffen. De rechtbank acht de administratieve verwerking voor de heffing van inkomsten-, loon- en vennootschapsbelasting, die zoals de holding heeft verklaard enkel is ingegeven om de bijtelling voor het privégebruik van de Volvo te voorkomen,  onjuist. Dit betekent dat de holding de afnemer is van de Volvo en recht heeft op aftrek van de aanschaf-btw. Tevens oordeelt de rechtbank dat niet aannemelijk is geworden dat de holding de Volvo in het naheffingstijdvak heeft geleverd aan de dga. De factuur van de holding aan de dga voor de verkoop van de Volvo is gedagtekend op 11 december 2012, terwijl op die datum het kenteken op naam van de dga is gezet. Van misbruik van recht is volgens de rechtbank geen sprake, omdat de juridische realiteit voor de btw overeenkomt met de economische realiteit. De onjuiste administratieve verwerking voor de vennootschapsbelasting doet hieraan niet af.

De vraag wie de afnemer is, kan lastig zijn. U kunt hier een artikel downloaden waarin wordt ingegaan op de vraag wie de afnemer is voor de btw.??

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op