21 oktober 2015Arbeidscomponent fonds klein onderhoud woningcorporatie belast met 6% btw

In de periode van 1 maart 2013 tot 1 juli 2015 gold een tijdelijk verlaagd btw-tarief op de arbeidscomponent van het onderhoud en de renovatie van woningen ouder dan twee jaar. Naar het oordeel van Rechtbank Gelderland is de arbeidscomponent van het fonds voor klein onderhoud van een woningcorporatie belast met 6% btw. 

Woningcorporatie X verhuurt en beheert ruim 9.000 huurwoningen in de provincie Flevoland. X biedt haar huurders de mogelijkheid om tegen betaling van € 3,30 (inclusief btw) per maand deel te nemen aan een servicefonds voor klein onderhoud. X neemt bij deelname de verplichting op zich om het onderhoud en de reparaties, die op grond van het burgerlijk recht voor rekening van de huurder komen, uit te voeren. Dit zijn tientallen kleine onderhoudswerkzaamheden, die vermeld staan in het “Onderhouds ABC” van X en waarbij X zich gebaseerd heeft op richtlijnen uit een besluit van het Ministerie van VROM. Aan het servicefonds, dat overigens niet ondergebracht is in een aparte entiteit, nemen circa 8.400 huurders deel. 

X is van mening dat het tijdelijk verlaagde tarief voor de arbeidscomponent van de renovatie en het herstel van woningen ouder dan twee jaar vanaf maart 2013 van toepassing is en heeft berekend dat, rekening houdend met de materiaalcomponent en de correctie voor woningen jonger dan twee jaar, afgerond 74% van de omzet belast is naar het verlaagde tarief en 26% naar het algemene tarief. Om die reden heeft X bezwaar aangetekend tegen de ingediende btw-aangifte over de maand maart 2013. De inspecteur van de Belastingdienst heeft het bezwaar afgewezen. Volgens hem is het verlaagde tarief niet van toepassing, omdat niet duidelijk is op welk moment de werkzaamheden, waarvoor de huurders in maart 2013 via het servicefonds hebben betaald, daadwerkelijk worden verricht.

In zijn oordeel merkt Rechtbank Gelderland allereerst op dat partijen het erover eens zijn dat de werkzaamheden die X in het kader van het servicefonds verricht, niet opgaan in de vrijgestelde verhuur van de woningen. Vervolgens verwerpt de rechtbank het standpunt van de inspecteur dat niet duidelijk is op welk moment de werkzaamheden worden verricht. De tariefstelling van het fonds is namelijk gebaseerd op een omslag van de totale kosten die in het desbetreffende jaar met deze dienstverlening gemoeid zijn. De (begrote) kosten van de onderhoudswerkzaamheden worden dus doorberekend in de bijdragen die de huurders in 2013 betalen, zodat de onderhoudswerkzaamheden die X voor de bijdragen die zij in maart 2013 heeft ontvangen volgens de rechtbank geacht worden te zijn verricht in 2013 en in elk geval vóór 1 juli 2015, de datum waarop het verlaagde tarief is vervallen. X kan daarom gebruikmaken van het verlaagde tarief. Het verweer van de inspecteur dat sprake is van prestaties ‘sui generis’ die als zodanig niet onder de tabelpost vallen omdat sprake is van een veelheid aan mogelijk prestaties die niet allemaal onder het verlaagde tarief vallen, gaat niet op. De rechtbank oordeelt dat slechts het verwijderen van wespennesten niet onder het verlaagde tarief valt, een werkzaamheid die verwaarloosbaar is en de aard van de prestatie niet doen wijzigen. Het beroep van X wordt dan ook gegrond verklaard.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op