4 januari 2018Antwoorden op vragen over (verruimde) toepassing btw-koepelvrijstelling

Per 1 januari 2018 is de verruiming van de toepassing van de koepelvrijstelling beëindigd naar aanleiding van de uitspraak van het HvJ in de zaak Commissie-Luxemburg. Recent heeft staatssecretaris Snel van Financiën diverse Kamervragen beantwoord over de gevolgen van de beëindiging van deze verruiming en van de diverse recente jurisprudentie over de reikwijdte van de koepelvrijstelling.

Op grond van de koepelvrijstelling kan een samenwerkingsverband (ook wel koepel genoemd) bepaalde diensten btw-vrijgesteld aan haar leden verrichten. Tot februari 2016 werd de toepassing van de koepelvrijstelling niet mogelijk geacht als leden de dienst van het samenwerkingsverband mede nodig hadden voor btw-belaste ondernemersprestaties. Naar aanleiding van Kamervragen heeft de staatssecretaris van Financiën op 15 februari 2016 toegezegd de koepelvrijstelling te verruimen bij gemeentelijke samenwerking in de vorm van een fusieorganisatie.

In mei 2017 heeft het HvJ uitspraak gedaan in een inbreukprocedure van de Europese Commissie tegen Luxemburg. Uit deze uitspraak volgt dat de in 2016 toegezegde beleidsverruiming van de Nederlandse koepelvrijstelling in strijd is met de Europese btw-richtlijn, omdat de dienst van het samenwerkingsverband door een lid van dit samenwerkingsverband ook wordt gebruikt voor zijn btw-belaste handelingen. De koepelvrijstelling is namelijk specifiek in het leven geroepen voor diensten die de leden gebruiken voor hun onbelaste handelingen, aldus het HvJ.

De staatssecretaris heeft daarop in september 2017 besloten de verruimde toepassing van de btw-koepelvrijstelling bij gemeentelijke samenwerking in de vorm van een fusieorganisatie per 1 januari 2018 te beëindigen. Over deze beëindiging zijn opnieuw Kamervragen gesteld.
De leden van de VVD-, PVV-, CDA- en SP-fracties willen weten welke gevolgen het beëindigen van de verruimde toepassing van de koepelvrijstelling voor gemeentelijke samenwerking heeft, welke gemeentelijke samenwerkingsverbanden hierdoor worden geraakt, of de voorgenomen btw-verhoging leidt tot extra lasten in het geval van gemeentelijke samenwerking, of er nu een financiële belemmering voor gemeenten bestaat om te gaan samenwerken en of de staatssecretaris aan de Europese Commissie wil vragen om op dit punt actie te ondernemen.

In antwoord op deze Kamervragen geeft staatssecretaris Snel van Financiën aan dat de gevolgen van het beëindigen van de verruimde toepassing van de koepelvrijstelling voor gemeenten beperkt zijn en daardoor geen belemmerend effect hoeven te hebben op de samenwerking, anders of meer dan vóór de verruiming. De reden hiervan is dat de verruiming in de praktijk slechts in een gering aantal situaties van samenwerking toegepast werd. De btw-heffing over de diensten van het samenwerkingsverband lijkt volgens de staatssecretaris slechts tot een beperkte stijging van de btw-last van de gemeente te leiden, mede dankzij de werking van het BTW-Compensatiefonds (zie 8.2.12  voor meer informatie over de vrijstelling voor koepelorganisaties.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op