19 december 2018Alleen een raming van betaalde btw door deskundigen is onvoldoende voor btw-aftrek

Feiten

De Roemeen Vadan heeft een woningcomplex gebouwd bestaande uit 16 gebouwen, met eengezinswoningen en 90 appartementen. De woningen werden tussen 6 juni 2006 en 8 september 2009 voltooid. De Roemeense Belastingdienst was van mening dat Vadan btw-ondernemer was geworden voor de btw en zich had moeten registreren, omdat hij de vrijstellingsdrempel van €42.921 had overschreden. Vadan was van mening dat hij zich niet hoefde te registeren, omdat hij de btw al bij zijn aankopen had betaald en nooit btw van zijn kopers had geïnd. Via een gerechtelijke expertise is vervolgens geraamd wat het voor Vadan aftrekbare btw-bedrag zou zijn op grond van de hoeveelheid werk en het aantal voor het werk benodigde arbeidskrachten. De verwijzende rechter heeft vervolgens prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ en vraagt zich af of een btw-ondernemer enkel op basis van de raming in het kader van een gerechtelijke expertise recht op btw-aftrek kan worden verleend.

HvJ

De materiële voorwaarden waaraan moet zijn voldaan zijn opgesomd in art. 168 btw-richtlijn. De btw-ondernemer kan het recht op aftrek slechts genieten indien, ten eerste, hij een btw-ondernemer is. Ten tweede moeten de goederen of diensten waarvoor aanspraak op dat recht wordt gemaakt, door de btw-ondernemer in een later stadium zijn gebruikt voor zijn eigen belaste handelingen en zijn geleverd door een andere btw-ondernemer.

Wat de formele voorwaarden voor het recht op aftrek betreft volgt uit art. 178a btw-richtlijn dat de uitoefening van dit recht afhankelijk is van het bezit van een juist opgestelde factuur.
Het HvJ overweegt dat een strikte toepassing van het formele vereiste om facturen over te leggen het neutraliteitsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel schendt. Desalniettemin moet de btw-ondernemer bewijzen dat hij aan de voorwaarden voor aftrek voldoet. Het staat dus aan de btw-ondernemer om met objectieve bewijzen aan te tonen dat aan hem goederen en diensten zijn geleverd waarover hij btw heeft betaald. Een raming in het kader van een gerechtelijke expertise kan een aanvulling vormen op dergelijke objectieve bewijzen, maar kan deze bewijzen niet vervangen.

Wij zijn het eens met het oordeel van het HvJ. Om te bepalen of een btw-ondernemer recht op aftrek heeft, moet de btw-ondernemer drie dingen toetsen:

1. Is de btw-ondernemer de afnemer van het geleverde goed of de verrichte dienst?
2. Is de btw in rekening gebracht op een op de voorgeschreven wijze opgemaakte factuur?
3. Wordt het goed of de dienst gebruikt voor belaste activiteiten?

Voor meer informatie over de aftrek van voorbelasting zie paragraaf 10.1 van het handboek.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op