20 maart 2014Afschaffing laag btw-tarief?

Het Centraal Planbureau (CPB) heeft in de policy brief ‘Bouwstenen voor een moderne btw’ onderzoek gedaan naar het functioneren van het huidige btw-stelsel. De conclusie van het CPB is dat het btw-stelsel in Nederland de concurrentie verstoort en ondoelmatig is, wat ten dele te wijten is aan de achterhaalde Europese regels.

Het huidige btw-stelsel belast slechts 40% van alle consumptieve bestedingen op normale wijze. De overige bestedingen zijn vrijgesteld van btw-heffing of niet belastbaar (typische overheidsactiviteiten bijv.), grotendeels op basis van Europese btw-regels. De btw-vrijstellingen zonder recht op aftrek zorgen voor een verstoring van de concurrentie, omdat vrijgesteld presterende btw-ondernemers bij hun inkoopbeleid btw-heffing proberen te vermijden. Het belasten van vrijgestelde sectoren kan efficiencywinst opleveren, zo blijkt uit Europees onderzoek. Echter, aanpak van deze non-heffing kan slechts plaatvinden op Europees niveau.

De onderzoekers van het CPB zijn daarnaast tot de conclusie gekomen dat het verlaagde btw-tarief een ondoelmatig instrument is om de btw-druk van burgers met lagere inkomens te verlichten. Hogere inkomensgroepen hebben in euro’s namelijk bijna twee keer zoveel voordeel van het 6%-tarief, omdat zij meer goederen en diensten consumeren die onder dit verlaagde tarief vallen, zoals duurder voedsel en horeca-, museum- en concertbezoek. Het steunen van mensen met lagere inkomens kan daarom beter via andere beleidsinstrumenten plaatsvinden, zoals de inkomstenbelasting en de uitkeringen. Uit Europees onderzoek is -aldus het CPB- gebleken dat afschaffing van het 6%-tarief welvaartswinst oplevert. Nederland kan op dit punt zelf het heft in handen nemen, omdat de toepassing van een verlaagd btw-tarief op grond van de Europese btw-regels niet verplicht is.

Commentaar

In reactie op deze conclusies van het CPB hebben VVD, PvdA en D66 aangegeven naar de aanpassing van het Nederlandse btw-stelsel te willen kijken. Staatssecretaris Wiebes van Financiën heeft daarnaast aangegeven deze CPB-analyse mee te nemen in de reactie op het rapport van de commissie Van Dijkhuizen. De vraag is echter of de politieke partijen het aandurven om deze maatregelen te nemen. Het gevoel van de kiezer laat zich immers niet makkelijk overtuigen door wetenschappelijke analyses.

Dat het 6%-tarief in de btw een ondoelmatig instrument is voor het herverdelen van inkomen, het stimuleren van arbeidsintensief werk (kappers, verbouwen en schilderen oude woningen etc) en het aanmoedigen van consumptie van meritgoederen (boeken, tijdschriften, concerten, musea, kunst etc) is geen verrassende conclusie. Wie regelmatig een bezoek brengt aan de kapper is snel van de illusie verlost dat de invoering van het 6%-tarief de prijs voor de kappersdiensten heeft verlaagd. En wij hebben ook niet de indruk dat de herinvoering van het 6%-tarief voor concertbezoek e.d. de prijs van de tickets heeft verlaagd. Tenslotte komen de (mogelijke) gunstige effecten van het 6%-tarief voor verbouwingsdiensten aan oude woningen in een (heel) ander licht te staan indien hierbij in ogenschouw genomen wordt dat dit 6%-tarief (in combinatie met het 2%-tarief in de overdrachtsbelasting) het aankopen van een nieuwbouwwoning (belast met 21% btw) verder heeft ontmoedigd.

Dit CPB-onderzoek bevestigt dat herverdeling van inkomen via de inkomstenbelasting of uitkeringen en gerichte subsidie voor meritgoederen efficiëntere, directe(re) middelen zijn om die doelen te bereiken. Het is van belang om erop te wijzen dat de conclusie van het CPB naar onze mening niet zo geïnterpreteerd moeten worden dat het CPB alleen pleit voor afschaffing van het 6%-tarief. Het is een combinatie: enerzijds de afschaffing van het 6%-tarief en anderzijds een efficiëntere (lees: directe) tegemoetkoming in de inkomstenbelasting of uitkeringssfeer, door subsidies en/of een verlaging van het algemene btw-tarief van 21%.

Een aspect dat in het CPB-onderzoek naar onze mening onderbelicht is gebleven betreft de grenseffecten van een afschaffing van het 6%-tarief in Nederland (en een handhaving van het verlaagde tarief in Duitsland en België). De (vermoedelijke) grenseffecten van de accijnsverhoging op brandstof maken duidelijk dat dit effect op de Haagse tekentafel niet onderschat moet worden. Wij betwijfelen daarom of het verstandig is om eenzijdig als Nederland het 6%-tarief af te schaffen. De ‘btw-grenseffecten’ van de afschaffing van het 6%-tarief verdienen naar onze mening nader onderzoek voordat hierover een afgewogen oordeel gevormd kan worden. De reactie van staatssecretaris Wiebes op het rapport van de commissie Dijkhuizen over de modernisering van het Nederlandse belastingstelsel vormt daarvoor een mooie gelegenheid.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op