17 november 2015Aflopen naheffingstermijn, faillissement en btw-fraude onvoldoende voor afwijzen beroep op verdedigingsbeginsel

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het enkele feit dat naheffingstermijn dreigt te verstrijken en het faillissement van een B.V. niet voldoende is om te oordelen dat het voor het horen voor het opleggen van een naheffingsaanslag over meerdere jaren geen gelegenheid was. Ook de betrokkenheid bij btw-fraude is geen reden om een beroep op het verdedigingsbeginsel te weigeren.

De feiten in deze zaak zijn als volgt. Tot een fiscale eenheid behoort onder meer D B.V. (hierna: de BV) waarvan de bedrijfsactiviteiten bestaan uit het aannemen van bouwwerkzaamheden en het (doen) uitvoeren van bouwwerkzaamheden. De BV is op 11 april 2007 failliet verklaard. De BV heeft in 2004 t/m 2006 werkzaamheden tegen vergoeding verricht voor een derde. Tijdens een door de Belastingdienst in 2007 en 2008 bij die derde verricht boekenonderzoek is geconstateerd dat deze derde in verband met die werkzaamheden contante bedragen heeft betaald aan de (middellijke) aandeelhouder van de BV. Vervolgens is geconstateerd dat deze bedragen niet in de administratie van de BV zijn verantwoord. De bevindingen hebben in december 2008 geleid tot een strafrechtelijk onderzoek door de FIOD-ECD. Naar aanleiding van de bevindingen van de FIOD-ECD heeft de inspecteur zich op het standpunt gesteld dat de hiervoor bedoelde contante bedragen vergoedingen zijn voor de jegens die derde verrichte werkzaamheden. Op deze grond heeft de inspecteur op 12 november 2009 een naheffingsaanslag opgelegd.

Hof Den Haag (hierna: het hof) heeft in hoger beroep geoordeeld dat Rechtbank Den Haag (hierna: de rechtbank) terecht en op goede gronden het beroep op het verdedigingsbeginsel heeft afgewezen. De rechtbank heeft in dit verband geoordeeld dat de inspecteur met het opleggen van de naheffingsaanslag het verdedigingsbeginsel heeft geschonden door belanghebbende niet voorafgaand aan het opleggen van de naheffingsaanslag in de gelegenheid te stellen om haar standpunten kenbaar te maken. De door de inspecteur aangevoerde reden om, dat in verband met de verjaringstermijn alsmede het faillissement van de BV geen gelegenheid was om de fiscale eenheid vooraf te horen, alsmede het gegeven dat belanghebbende in de bezwaarfase daarvoor wel uitgebreid de tijd heeft gehad, brachten de rechtbank tot het oordeel dat aan deze schending geen gevolgen hoeven te worden verbonden, omdat belanghebbende door de gang van zaken niet is benadeeld. Voorts heeft het hof ten overvloede geoordeeld dat het beroep op het verdedigingsbeginsel faalt, omdat de BV zich in het betreffende tijdvak bij voortduring zich bewust schuldig heeft gemaakt aan ernstige btw-fraude. Tegen de (niet-gepubliceerde) uitspraak van het hof is door de fiscale eenheid beroep ingesteld bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad is van oordeel dat de dreigende verstrijking van de naheffingstermijn alsmede het faillissement van de BV, zonder nadere motiverig die ontbreekt, niet zonder meer rechtvaardigt dat de naheffingsaanslag is opgelegd zonder de fiscale eenheid vooraf in kennis te stellen van het voornemen hiertoe en haar in de gelegenheid te stellen hierop te reageren. Onder verwijzing naar zijn arrest van 10 juli jl. oordeelt de Hoge Raad dat betrokkenheid bij ernstige btw-fraude geen reden is om een beroep op het verdedigingsbeginsel te weigeren. Hetgeen het hof heeft overwogen met de betrekking tot de juistheid van de door de inspecteur aan de naheffingsaanslag ten grondslag gelegde correcties geeft volgens de Hoge Raad onvoldoende inzicht in de gedachtengang van het hof. Hetzelfde heeft te gelden voor de afwijzing van het verzoek om een schouw te doen plaatsvinden, temeer aangezien het verzoek betrof het aanleveren van bewijs met betrekking tot het toepasselijke btw-tarief en het hof aan de afwijzing van dit verzoek ten grondslag heeft gelegd dat het verzoek betrof de vraag of de fiscale eenheid ‘zwarte werkzaamheden’ heeft verricht. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond en verwijst de zaak ter verdere behandeling met inachtneming van zijn arrest naar Hof Amsterdam.

Voor meer informatie over de consequenties van btw-fraude zie