26 maart 2015Aansprakelijkheid btw deurwaarder bij executie toegestaan

De Poolse gerechtsdeurwaarder Marian Macikowski heeft in februari 2007, in een procedure van gedwongen tenuitvoerlegging tegen een Poolse onderneming, een onroerend goed van de onderneming openbaar verkocht. De kopers van het onroerend goed hebben de prijs in zijn geheel op de consignatierekening van het Poolse kantongerecht gestort. In augustus 2007 was de koop definitief. In juni 2009 stelde de Poolse belastingdienst dat Macikowski reeds in november 2007 een btw-factuur voor de verkoop had moeten uitreiken, waarna hij de belasting namens de Poolse onderneming had moeten voldoen. Macikowski had de over de verkoop verschuldigde btw namelijk vooralsnog niet voldaan, terwijl de gerechtsdeurwaarder in zijn hoedanigheid van betalingsverantwoordelijke op grond van de Poolse btw-wet met zijn gehele vermogen aansprakelijk is voor deze btw-schuld. Macikowski stelde de belastingdienst uiteindelijk in september 2009 in kennis van de door hem betaalde btw en maakte bezwaar tegen het besluit over zijn aansprakelijkstelling. Hij voerde daarbij onder meer aan dat hij niet over de opbrengst van de openbare verkoop van het onroerend goed had kunnen beschikken, aangezien het bedrag door de kopers op een consignatierekening van het kantongerecht gestort was. Macikowski kon pas betalen nadat het door hem in oktober 2008 opgestelde verdelingsplan door het gerecht was goedgekeurd.

In deze zaak heeft de Poolse rechter een drietal prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ. Allereerst vraagt de Poolse rechter zich af of de btw-richtlijn zich verzet tegen de inningsverplichting van de gerechtsdeurwaarder. Het HvJ oordeelt dat dit niet het geval is. Daarnaast vraagt de Poolse rechter zich af of de aansprakelijkheid voor de btw indien de inningsverplichting niet wordt nagekomen in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Het HvJ is van oordeel dat dit niet het geval is, mits de gerechtsdeurwaarder in werkelijkheid over alle juridische middelen beschikt om die verplichting na te komen. De verwijzende rechter moet nagaan of dit het geval is. Ten slotte vraagt de Poolse rechter zich af of het in strijd is met het beginsel van de fiscale neutraliteit als de gerechtsdeurwaarder de btw moet betalen zonder dat hij recht heeft op aftrek van de btw die door de schuldenaar is betaald. Het HvJ oordeelt ten aanzien van die vraag dat van strijd met het beginsel van de fiscale neutraliteit geen sprake is.

In Nederland geldt geen regeling op grond waarvan de gerechtsdeurwaarder aansprakelijk is voor de btw-schuld bij executieverkopen. In het geval van zekerheid en executie geldt wel een verleggingsregeling, op grond waarvan de afnemer die btw-ondernemer is de btw moet voldoen. Zie