16 september 2014Aanleg kunstgrasveld door stichting geen misbruik van recht

Een amateurvoetbalvereniging maakt gebruik van een sportpark in de gemeente Oude IJsselstreek. Zij huurt drie grasvelden van de gemeente. In 2012 heeft de voetbalvereniging een stichting opgericht, voor de realisatie en exploitatie van een kunstgrasveld op het sportpark. De bestuurders van de stichting zijn, op één persoon na, geen bestuurslid van de voetbalvereniging. Overeengekomen is dat de stichting het kunstgrasveld, de verlichting, het hekwerk en de tribune in eigendom krijgt. Het kunstgrasveld moet onder meer dienen als gezamenlijke ontmoetingsplek voor jong en oud, waar alle plaatselijke verenigingen gebruik van kunnen maken. De stichting heeft een subsidie aangevraagd bij en ontvangen van de gemeente en daarnaast een geldleningsovereenkomst gesloten met de voetbalvereniging. De stichting en de voetbalvereniging zijn een gebruiksvergoeding voor het kunstgrasveld overeengekomen van € 7.500 exclusief btw per seizoen. Bij btw-aangifte heeft de stichting verzocht om een teruggaaf van ruim € 66.000 btw ter zake van de realisatie van het kunstgrasveld. De inspecteur van de Belastingdienst heeft het teruggaafverzoek geweigerd, omdat de stichting naar zijn mening niet kwalificeert als btw-ondernemer, aangezien zij teveel te vereenzelvigen is met de voetbalvereniging. De stichting is naar de mening van de inspecteur enkel opgericht met het doel btw te kunnen besparen en is volledig afhankelijk van de voetbalvereniging.

Door Rechtbank Gelderland is het beroep in eerste aanleg gegrond verklaard. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in hoger beroep net als de rechtbank dat de stichting -een zelfstandige rechtspersoon- niet in werkelijkheid een onzelfstandige assistent dan wel een commissie is van de voetbalvereniging. De stichting is een niet aan de voetbalvereniging gelieerde persoon met een eigen doelstelling en een eigen bestuur, die op eigen naam overeenkomsten sluit, facturen uitreikt, correspondeert, een eigen bankrekening heeft en een eigen jaarrekening opmaakt. Het hof acht daarbij doorslaggevend dat de stichting het kunstgrasveld ook aan anderen dan de voetbalvereniging ter beschikking stelt. De stichting is derhalve een btw-ondernemer. Van misbruik van recht is volgens het hof geen sprake omdat de stichting het kunstgrasveld ook aan anderen tegen vergoeding ter beschikking stelt, hetgeen een btw-belaste prestatie is die aftrek oplevert. Van een btw-voordeel in weerwil van de formele toepassing van de btw-richtlijn en Wet OB is derhalve geen sprake. Ook is door de inspecteur niet aannemelijk gemaakt dat het verkrijgen van het btw-voordeel het wezenlijke doel was van de aanleg van het kunstgrasveld door de stichting. Ten slotte is door de inspecteur niet aannemelijk gemaakt dat de stichting slechts recht heeft op een teruggaaf van 46% nu voor het gebruik van het sportveld door de school, fanfare en andere verenigingen de facturen waarop geen btw vermeld was zijn gecorrigeerd. De stichting heeft derhalve recht op teruggaaf van de btw ter zake van de aanleg van het kunstgrasveld.

Voor de praktijk is deze uitspraak van belang, omdat hieruit blijkt dat het laten aanleggen van een kunstgrasveld door een (exploitatie)stichting (vooralsnog) geen misbruik van recht oplevert (lees: een weigering van de volledige aftrek van de investerings-btw) indien het kunstgrasveld (met 6% btw) aan meerdere gebruikers (en dus niet aan één sportvereniging) ter beschikking gesteld wordt. Voor meer informatie over misbruik van recht zie 13.??

 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op