22 oktober 2012Aanbouw aan stal kwalificeert als nieuw onroerend goed

Een melkveehouder heeft een bestaande rundveestal in 2006 uitgebreid met een nieuw gedeelte. Met ingang van 1 december 2008 opteert de melkveehouder niet langer voor de landbouwregeling. Hij heeft een herzieningslijst ingediend en de btw op de verbouwingskosten vervolgens terugontvangen.  De melkveehouder meent namelijk dat door de verbouwing van de stal een nieuw onroerend goed is ontstaan waarbij een herzieningsperiode van tien jaar geldt. De inspecteur is een andere mening toegedaan en heeft daarom een naheffingsaanslag opgelegd.

Indien men een gebouw dusdanig ingrijpend verbouwt dat – naar maatschappelijke opvattingen – een vervaardigd goed (dat wil zeggen: een goed dat tevoren niet bestond) ontstaat, is sprake van een oplevering van een (nieuw) onroerend goed. Naar het oordeel van Rechtbank Breda is dit in casu het geval. Zij neemt daarbij in aanmerking dat de nieuwe stal, die is aangebouwd aan de oude stal, een eigen in- en uitgang, een afzonderlijke mestafvoer, afzonderlijke voedermogelijkheden, een eigen aansluiting op water en elektriciteit en een nieuw dak, dat rust op nieuwe spanten, heeft. De stallen zouden eenvoudig van elkaar gescheiden kunnen worden en dan zelfstandig kunnen doorfunctioneren. Hieraan doet volgens de rechtbank niet af dat er een open verbinding bestaat tussen de oude en de nieuwe stal; (deels) open stallen zijn op basis van de huidige wetgeving namelijk verplicht in verband met het welzijn van de dieren. Nu een nieuw onroerend goed is ontstaan, is de btw op de bouwkosten terecht terugontvangen.

Zie 7.2 voor meer informatie over de oplevering van een onroerend goed en 11.3 voor meer informatie over de landbouwregeling.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op