24 september 2013Aanbouw aan stal kwalificeert als nieuw onroerend goed

Een melkveehouder heeft een bestaande rundveestal in 2006 uitgebreid met een nieuw gedeelte. Met ingang van 1 december 2008 opteert de melkveehouder niet langer voor de landbouwregeling. Hij heeft een herzieningslijst ingediend en de btw op de verbouwingskosten vervolgens terugontvangen.  De melkveehouder meent namelijk dat door de verbouwing van de stal een nieuw onroerend goed is ontstaan waarbij een herzieningsperiode van tien jaar geldt. De inspecteur is een andere mening toegedaan en heeft daarom een naheffingsaanslag opgelegd. 

Indien men een gebouw dusdanig ingrijpend verbouwt dat – naar maatschappelijke opvattingen – een vervaardigd goed (dat wil zeggen: een goed dat tevoren niet bestond) ontstaat, is sprake van een oplevering van een (nieuw) onroerend goed. In eerste aanleg oordeelde Rechtbank Breda dat hiervan in casu sprake is. In hoger beroep bevestigt Hof Den Bosch deze uitspraak. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat de nieuwe stal bouwkundig op zichzelf staat. De nieuwe stal beschikt over een eigen voedervoorziening, eigen nutsvoorzieningen en een eigen mestafvoersysteem. Daarnaast is de grootte van de nieuwe stal zowel absoluut als relatief niet onbeduidend en is er duidelijk ruimte tussen de oude en de nieuwe stal. Het argument van de inspecteur dat de stallen economisch gezien niet kunnen worden gescheiden is naar het oordeel van het hof geen element dat een rol speelt voor de vraag of sprake is van fysiek gescheiden gebouwen. Het hof is van oordeel dat de beide stallen elk een eigen en verschillende functionaliteit hebben. Nu een nieuw onroerend goed is ontstaan, is de btw op de bouwkosten terecht terugontvangen. 

Zie 7.2 voor meer informatie over de oplevering van een onroerend goed en 11.3 voor meer informatie over de landbouwregeling.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op