8 januari 2018Aanbieden schilder- en tekenlessen niet btw-vrijgesteld

Rechtbank Gelderland heeft geoordeeld dat de diensten die de stichting verleent niet kwalificeren als diensten die nauw samenhangen met sociale zekerheid. Er bestaat geen recht op de sociaal- culturele btw-vrijstelling.

Feiten
Een stichting (hierna: X) biedt schilder- en tekenlessen aan. Binnen de schilderlessen biedt X ruimte aan persoonlijke ontwikkeling en het doorbreken van sociaal isolement van de deelnemers. Ongeveer de helft van de deelnemers aan de lessen heeft lichamelijke of geestelijke klachten of beperkingen. De aangeboden activiteiten worden feitelijk begeleid door A. A is gediplomeerd beeldend kunstenares. A heeft geen diploma’s op het gebied van psychische of sociale hulpverlening en is evenmin (para) medisch geschoold. In geschil is of X btw is verschuldigd. X stelt namelijk dat de sociaal-culturele vrijstelling van toepassing is.

Rechtbank Gelderland
Rechtbank Gelderland oordeelt dat de diensten die X verleent niet kwalificeren als diensten die nauw samenhangen met sociale zekerheid. Volgens de rechtbank richt X zich niet specifiek, en ook niet (nagenoeg) uitsluitend, op mensen met een geestelijke of lichamelijke beperking. In principe kan iedereen zich namelijk voor de teken- en schilderlessen inschrijven. Verder stelt de rechtbank dat de lessen niet een onderdeel zijn van een medisch onderbouwd programma en gelet op de doelomschrijving van de stichting staat het tekenen en schilderen voorop. Dat de begeleiding die A bij haar lessen biedt mensen helpt zich te ontplooien en helpt bij het herstel van bepaalde klachten in de sfeer van burn-out acht de rechtbank ook van belang, maar dat is volgens de rechtbank niet voldoende om de diensten te kwalificeren als diensten die nauw samenhangen met sociale zekerheid. De rechtbank verwijst naar art. 134 Btw-richtlijn en stelt dat pas sprake is van nauwe samenhang met sociale zekerheid als de werkzaamheden daarvoor onontbeerlijk zijn. De rechtbank stelt dat uit het Stichting Kinderopvang Enschede arrest van het HvJ volgt dat moet worden vastgesteld dat de deelnemers zonder de schilder- en tekenlessen niet dezelfde ontwikkeling zouden kunnen doormaken. Dit acht de rechtbank niet aannemelijk en ook X heeft onvoldoende bewijs hiervoor.

Verder stelt de rechtbank dat voor zover X een beroep op de culture vrijstelling beoogt te doen ook aan deze voorwaarde niet wordt voldaan. De rechtbank verwijst naar het English Bridge Union arrest van het HvJ, waarin het HvJ heeft overwogen dat een activiteit onder het begrip ‘culturele diensten’ in de zin van art. 132, lid 1, aanhef en onder n Btw-richtlijn kan vallen wanneer zij, gelet op de beoefening en de geschiedenis ervan en op de tradities waarvan zij deel uitmaakt, in een bepaalde lidstaat een dermate grote plaats in het sociale en culturele erfgoed van het land inneemt dat zij als een onderdeel van de cultuur van dat land kan worden beschouwd. Schilder- en tekenlessen zijn volgens de rechtbank dermate algemeen dat deze diensten niet vallen onder de culturele vrijstelling.

Uitgangspunt in de btw bij de uitlegging van vrijstellingsbepalingen is dat deze als uitzondering op de hoofdregel dat in de btw alle prestaties van alle ondernemers in de heffing moeten worden betrokken, strikt moeten worden uitgelegd. Bij uitzonderingen op de vrijstelling val je terug op de hoofdregel. Dientengevolge dienen uitzonderingen op de vrijstellingen ruim worden uitgelegd. De uitspraak van de rechtbank is voor de praktijk een belangrijk signaal dat een ruimhartige toepassing van de sociaal-culturele vrijstelling zonder expliciete afstemming met de Belastingdienst niet zonder risico is. Voor meer informatie over de sociaal-culture vrijstelling zie 8.2.5.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op