5 januari 2018Aan zorgverzekeraar betaalde korting prijsvermindering voor levering medicijnen

Een korting nadat een btw-belaste handeling is verricht leidt tot recht op teruggaaf van de te veel betaalde btw. In de prejudiciële zaak Boehringer Ingelheim Pharma GmbH & Ko. KG is aan het HvJ de vraag voorgelegd of hiervoor vereist is dat degene aan wie de korting wordt betaald onderdeel uitmaakt van de transactieketen die eindigt met de levering aan de eindverbruiker. Naar het oordeel van het HvJ is dit niet het geval.   

De Duitse btw-ondernemer Boehringer Ingelheim Pharma GmbH & Ko. KG (hierna: Boehringer) is een farmaceutische onderneming die geneesmiddelen fabriceert en deze geneesmiddelen via groothandelaars levert  aan apotheken. Boehringer voldoet ter zake van de leveringen aan de groothandelaars btw. Zo ook in 2011. In Duitsland zijn er twee soorten zorgverzekeraars: wettelijke en particuliere verzekeraars. De apotheken verstrekken de geneesmiddelen van Boehringer aan wettelijke zorgverzekerden op grond van een met de koepelorganisatie van wettelijke zorgverzekeraars gesloten kaderovereenkomst. De geneesmiddelen worden geleverd aan de wettelijke zorgverzekeraars en deze stellen de geneesmiddelen ter beschikking aan hun verzekerden. De apotheken geven de wettelijke zorgverzekeraars korting op de geneesmiddelenprijs. Boehringer moet op grond van de Duitse wetgeving de apotheken of de hierbij betrokken groothandelaars vergoeden voor deze korting. De Duitse fiscus behandelt deze korting als een vermindering van de tegenprestatie. De apotheken verstrekken de geneesmiddelen echter ook aan particuliere zorgverzekerden op grond van individuele overeenkomsten. Anders dan bij wettelijke zorgverzekerden is de particuliere zorgverzekeraar niet zelf de afnemer van de geneesmiddelen, maar vergoedt hij slechts de kosten voor de aankoop van de geneesmiddelen. Op grond van de Duitse wetgeving moet Boehringer de particuliere zorgverzekeraar een korting geven op de geneesmiddelenprijs. De Duitse fiscus ziet deze korting echter niet als een prijsvermindering. Het Duitse Bundesfinanzhof heeft aan het HvJ de vraag gesteld of een farmaceutische onderneming, zoals Boehringer, (ook) in deze situatie recht heeft op een verlaging van de maatstaf van heffing (lees: een recht op btw-teruggaaf). 

In deze zaak heeft het HvJ – in navolging van de conclusie van A-G Tanchev – geoordeeld dat de korting is aan te merken als een prijsvermindering die leidt tot een verlaging van de maatstaf van heffing bij Boehringer, als farmaceutische producten via een groothandelaar worden geleverd aan apotheken die deze producten bezorgen aan personen die zijn aangesloten bij een particuliere zorgverzekering, die haar verzekerden vergoedt voor de aankoopprijs van farmaceutische producten. Uit het Elida Gibbs-arrest van het HvJ volgt namelijk slechts dat een korting ook een prijsvermindering kan zijn als bedoeld in art. 90 btw-richtlijn indien de btw-ondernemer die de korting verleent geen contractuele relatie heeft met de begunstigde van de korting. Het feit dat de directe begunstigde van de medicijnleveringen niet de particuliere zorgverzekeraar is die de verzekerden vergoedt, maar de verzekerden zelf, is naar het oordeel van het HvJ niet van dien aard dat dit het directe verband tussen de medicijnlevering en de ontvangen tegenprestatie verbreekt, gelet op het Le Rayon d’Or-arrest. In casu is daadwerkelijk sprake van een prijsvermindering, omdat Boehringer een deel van de tegenprestatie niet ontvangt als gevolg van de korting die hij toekent aan de particuliere zorgverzekeraars. Bovendien is deze korting bij wet vastgesteld en is een farmaceutische onderneming zoals Boehringer verplicht om deze korting toe te kennen, zodat zij niet vrij kan beschikken over de totale prijs die zij ontvangt bij de verkoop van haar producten aan apotheken of groothandelaren.

 In deze zaak heeft de Duitse rechter vastgesteld dat de leveringen van de geneesmiddelen bij wettelijke zorgverzekerden (wel) aan de wettelijke zorgverzekeraar worden geleverd. Uit de beschreven feiten wordt niet duidelijk op grond waarvan dit wordt aangenomen. Als de wettelijke zorgverzekerden de geneesmiddelen ‘gewoon’ bij de apotheek afhalen en de geneesmiddelen alleen op papier aan de wettelijke zorgverzekeraars worden geleverd dan is – gelet op het Auto Lease Holland-arrest – geen sprake van de overdracht van de macht om als eigenaar over de geneesmiddelen te beschikken aan de wettelijke zorgverzekeraars. Het HvJ gaat in haar arrest niet in op de vraag of de veronderstelling die aan de prejudiciële vraag ten grondslag ligt juist is, omdat het HvJ van de door de rechter vastgestelde feiten uitgaat. 

Of de vastgestelde feiten nu juist zijn of niet, duidelijk is dat Duitsland niet gelukkig is met de ‘Elida Gibbs-lijn’ van het HvJ. Kort gezegd komt deze lijn erop neer dat sprake kan zijn van een prijsvermindering zonder dat degene die de korting ontvangt een contractuele relatie heeft met degene die de korting verleent. Er is een inbreukprocedure nodig geweest om Duitsland te dwingen deze lijn te implementeren. Gelet hierop verbaast het niet dat Duitsland het Elida Gibbs-arrest wil beperken tot de situatie die in dat arrest aan de orde was, namelijk: een korting door de eerste schakel in de distributieketen aan de eindverbruiker. Zoals het HvJ terecht oordeelt, brengt het enkele feit dat de korting wordt betaald aan een ander dan de eindverbruiker van de geneesmiddelen echter niet met zich dat geen sprake is van een prijsvermindering. Beslissend is of de verleende korting rechtstreeks verband houdt met de prijs voor de levering van de geneesmiddelen aan de particuliere zorgverzekerde. En dat is in deze zaak naar het oordeel van het HvJ en naar onze mening het geval. 

Zie 4.15 voor meer informatie over teruggaaf bij prijsvermindering. 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op