22 februari 2016A-G: zonder correctie onjuiste factuur geen recht op btw-aftrek

A-G Kokott is van mening dat een belastingplichtige geen recht heeft op btw-aftrek indien hij niet beschikt over een correcte factuur.

In de prejudiciële procedure Barlis 06 – Investimentos Imobiliáros e Turísticos SA (hierna: Barlis) gaat het om de gelijknamige vennootschap die actief is in het hotelwezen. In de periode van 2008 tot en met 2010 heeft zij diensten afgenomen van een advocatenkantoor en hiervoor facturen ontvangen. Op deze facturen zijn de diensten als volgt omschreven: “Juridische dienstverlening vanaf 1 december 2007 tot op heden”, “Honoraria voor juridische dienstverlening vanaf juni tot op heden”, “Honoraria voor juridische dienstverlening tot op heden” en “Honoraria voor juridische dienstverlening vanaf 1 november 2009 tot op heden”. De op deze facturen in rekening gebrachte btw ten bedrage van € 8.689, 49 heeft Barlis in aftrek gebracht. Na een controle heeft de Portugese fiscus de btw-aftrek geweigerd, omdat de omschrijving van de verrichte diensten niet voldeed aan de wettelijke factuurvereisten. Daarop heeft Barlis aanvullende stukken overgelegd waarin de betrokken diensten uitvoeriger zijn beschreven, maar de Portugese fiscus achtte deze aanvullingen onvoldoende om de btw-aftrek toe te staan. In de beroepsprocedure heeft de Portugese rechter het HvJ verzocht om aan te geven of het de Portugese Belastingdienst is toegestaan om de omschrijvingen op deze facturen als ontoereikend te beschouwen, ook als de dienst de aanvullende informatie kan krijgen die hij noodzakelijk acht om het bestaan van en de kenmerken van de prestaties te bevestigen.

A-G Kokott is van mening dat art. 226, btw-richtlijn met zich brengt dat de aard van de prestatie nauwkeurig genoeg op de factuur moet zijn omschreven om te kunnen beoordelen of het juiste btw-tarief is toegepast en of er eventueel een btw-vrijstelling of een bijzondere regeling van toepassing is. De aanduiding juridische diensten op de factuur volstaat derhalve om de aard van de prestatie te duiden, tenzij – hetgeen de Portugese rechter moet beoordelen – het juist is dat Portugal op grond van een overgangsregeling voor bepaalde juridische diensten een verlaagd btw-tarief hanteert. Het standpunt van de Portugese regering en de Europese Commissie dat de omschrijving zo gedetailleerd moet zijn beschreven dat hieruit blijkt of de afnemer de prestaties gebruikt voor zijn belaste handelingen deelt de A-G niet. Naar de mening van de A-G is een dergelijke beschrijving onmogelijk en ook niet vereist. Volgens de A-G kan echter niet gezegd worden dat de omvang van de diensten uit factuur blijkt, hetgeen op grond van art. 226, punt 6 btw-richtlijn wel is vereist. De enkele vermelding van tijdvakken acht de A-G onvoldoende. Daarnaast voldoet een omschrijving “juridische dienstverlening tot op heden” niet aan de eis dat op de factuur datum vermeld moet worden waarop de dienst is verricht of voltooid (art. 226, punt 7 btw-richtlijn). De vermelding “juridische dienstverlening vanaf een bepaalde datum tot op heden” acht de A-G op grond van art. 226, btw-richtlijn wel voldoende.

De vervolgvraag is of een belastingplichtige, zoals Barlis, recht heeft op btw-aftrek wanneer de ontvangen factuur niet voldoet aan de factuurvereisten. De A-G is van mening dat in een geval als het onderhavige geen sprake is van een factuur met onjuiste gegevens, maar van het ontbreken van de noodzakelijke gegevens op de factuur. Naar de mening van de A-G is het noodzakelijk dat de afnemer om een gecorrigeerde factuur moet vragen wil hij recht hebben op btw-aftrek. Documenten die bij wijze van aanvulling zijn overgelegd kunnen onderdeel uitmaken van de factuur (art. 219 btw-richtlijn). De Portugese rechter dient in casu te beoordelen of documenten die door Barlis zijn overgelegd als een onderdeel van de factuur beschouwd moeten worden. Naar de mening van de A-G is het alleen in uitzonderingsgevallen, zoals een faillissement van de opsteller van de factuur, onevenredig om een gecorrigeerde factuur te eisen die voldoet aan alle factuurvereisten.

In Nederland geldt het beleid dat een factuur met gebreken niet aan aftrek in de weg hoeft te staan, mits – kort gezegd- geen sprake is van (betrokkenheid bij) kwalijke praktijken en doel en strekking van de Wet OB zich niet tegen het verlenen van aftrek verzetten. Dergelijk beleid komt ons wat sympathieker voor dan de lijn die de A-G voorstaat. Indien het HvJ de A-G volgt dan betekent dit dat lidstaten de aftrek van btw op facturen waarop bepaalde gegevens gemist worden, zoals een adres van de ondernemer, de aard van de prestaties, de datum waarop de prestatie is verricht, mogen weigeren en van de ontvanger van de factuur – behoudens zeer bijzondere gevallen zoals faillissement van de opsteller van de factuur – mogen eisen dat zij verzoeken om een gecorrigeerde factuur. Naar onze mening is dit onwenselijk indien de afnemer materieel recht heeft op btw-aftrek, het kleine gebreken betreft en geen sprake is van (betrokkenheid bij) kwalijke praktijken, zoals btw-fraude door de opsteller van de factuur. In dat geval dient de extra administratieve rompslomp die gepaard gaat met de correctie van de gebrekkige factuur immers nergens toe. Wij hopen daarom dat het HvJ zich in deze zaak van zijn pragmatische kant laat zien. Mocht het HvJ de A-G volgen dan kunnen belastingplichtigen in Nederland nog gebruik maken van het gunstiger Nederlandse ‘factuurgebrekenbeleid’ totdat dit beleid wordt ingetrokken of aangepast. Voor de vraag wanneer in het geval van een correctie van de onjuiste factuur recht op aftrek bestaat verwijzen wij naar de conclusie van A-G Bot en ons commentaar hierop. 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op