28 april 2020A-G: volledige herziening btw-aftrek bij ingebruikneming onroerend goed toegestaan

Feiten

Stichting Schoonzicht laat in 2013 op eigen grond een appartementencomplex bouwen. De oplevering van het complex is in 2014 geweest. Stichting Schoonzicht heeft in 2013 de btw op bouwkosten volledig in aftrek gebracht. Omdat Stichting Schoonzicht het appartementencomplex volledig voor belaste prestaties wilde gaan gebruiken.

In 2014 blijkt bij ingebruikneming dat Stichting Schoonzicht (een deel van) het appartementencomplex echter gebruikt voor vrijgestelde prestaties. Stichting Schoonzicht heeft de btw op kosten volledig herzien in het tijdvak waarin de appartementen in gebruik zijn genomen. 

Stichting Schoonzicht is echter van mening dat een volledige herziening van de oorspronkelijk toegepaste aftrek op het tijdstip van ingebruikneming in strijd is met de Europese btw-regelgeving. Zij is van mening dat herziening plaats moet vinden in overeenstemming met de herzieningsregels voor onroerende zaken waarbij tijdens de herzieningsperiode (10 jaar) per jaar dan slechts een tiende deel van de oorspronkelijk genoten aftrek moet worden herzien. De inspecteur is het niet eens met Stichting Schoonzicht. 

De Hoge Raad heeft in deze zaak prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ. De A-G heeft het HvJ geadviseerd.

A-G

A-G Bobek is van mening dat de Nederlandse herzieningsregeling, waarbij in het jaar van de ingebruikneming het totale bedrag van de oorspronkelijk toegepaste aftrek in één keer wordt herzien, niet in strijd is met de Europese regelgeving. 

 Deze zaak is van groot belang voor de praktijk. Het is nu afwachten wat het HvJ zal oordelen in deze zaak. Als het HvJ het advies van de A-G volgt dan heeft dit geen gevolgen voor de Nederlandse praktijk. Aangezien in Nederland in het jaar van ingebruikneming herziening ineens plaatsvindt. Wanneer het HvJ het advies van de A-G niet volgt, dan zal het beleid van de Staatssecretaris moeten worden aangepast en kan dit bij vergelijkbare situaties een cashflow voordeel opleveren voor de ondernemer. Tijdens de herzieningsperiode (voor investeringsgoederen en onroerende zaken) moet per jaar dan slechts een deel (1/5e bij investeringsgoederen en 1/10 bij onroerende goederen) van de oorspronkelijk genoten aftrek worden herzien. Het HvJ EU moet dus nog uitspraak doen in deze kwestie. Om in de tussentijd uw rechten in vergelijkbare situaties veilig te stellen, adviseren wij om bezwaar te maken tegen de eigen aangiften btw.?

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op