16 oktober 2012A-G: Verzorgen inning en betaling hypothecaire leningen vrijgesteld van btw

Een ondernemer die in het verleden deel uitmaakte van twee verschillende fiscale eenheden voor de btw, verricht een tweetal diensten aan hypotheekverstrekkers. De eerste dienst betreft het ter beschikking stellen van een systeem om kredietaanvragen van potentiële kredietnemers te beoordelen en het uitbrengen van offertes. De tweede dienst wordt verricht nadat kredietovereenkomsten tot stand zijn gekomen en bestaat uit het voeren van een kredietadministratie, het berekenen van de maandelijks verschuldigde bedragen en het samenstellen van elektronische in- en excassodiensten. De ondernemer is van mening dat beide diensten zijn vrijgesteld van btw-heffing als zijnde (1) de bemiddeling inzake krediet en (2) handelingen inzake overmakingen en dergelijke en schuldvorderingen. De inspecteur deelt deze mening niet en heeft een naheffingsaanslag opgelegd.

Door Rechtbank Haarlem is geoordeeld dat de diensten niet zijn vrijgesteld. Zij overwoog daarbij onder andere dat in casu sprake is van kredietbeheer, hetgeen op grond van de btw-richtlijn is uitgezonderd van de vrijstelling. Hof Amsterdam heeft in hoger beroep echter geoordeeld dat de eerste dienst geen vrijgestelde dienst is omdat geen sprake is van bemiddeling, maar slechts van het ter beschikking stellen van een computerprogramma aan kredietverstrekkers. Het hof oordeelde daarnaast echter dat de tweede dienst wel is vrijgesteld, nu de ondernemer over volmachten van de kredietverstrekkers beschikt om alle betalingen en inningen van gelden die voortvloeien uit de afgesloten leningen te verzorgen.

De staatssecretaris heeft tegen het oordeel van het hof cassatie ingesteld. In haar conclusie adviseert A-G Van Hilten de Hoge Raad om het cassatieberoep ongegrond te verklaren, omdat het oordeel van het hof feitelijk en niet onbegrijpelijk is. Bij de beantwoording van de vraag of de tweede door de ondernemer verrichte dienst kwalificeert als een vrijgestelde handeling betreffende overmakingen en dergelijke en schuldvorderingen, gaat het volgens de A-G om de sleutelwoorden ‘afzonderlijk geheel’, ‘kenmerkend’ en ‘essentieel’. De beantwoording van deze vraag is casuïstisch van aard, waarbij van belang is of de dienst voldoende ‘in zich heeft’ van de kenmerkende functies van overdracht van (giraal) geld. Volgens de A-G is een handeling betreffende overmakingen een andersoortige prestatie dan het innen van schuldvorderingen. Nu geen sprake is van invordering van kwade posten, is de  prestatie door de ondernemer hoe dan ook vrijgesteld op grond van de zogenoemde bankenresolutie. 

Zie 8.3.1 voor meer informatie over financiële activiteiten.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op