17 oktober 2017A-G: Verlaging vergoeding schuldeiser door preventief crediteurenakkoord leidt tot lagere btw-aftrek schuldenaar

Advocaat-generaal Saugmandsgaard is van mening dat de Sloveense Belastingdienst geldig gebruikt heeft gemaakt van de mogelijkheid om een verplichting tot herziening van de aftrek op te leggen, wanneer de maatstaf van heffing wordt verlaagd bij niet-betaling van de prijs.

Feiten
T-2 is een in Slovenië gevestigde vennootschap met als activiteiten het leveren van elektronische communicatiediensten en-apparatuur. Het Sloveense T-2 heeft een preventief akkoord bereikt met haar schuldeisers. Dit is een akkoord waarbij de schulden van de insolvente schuldenaar worden verminderd. Op grond van dit akkoord moet T-2 44% van haar schulden voldoen aan haar schuldeisers. Volgens de Sloveense Belastingdienst moet T-2 de aftrek van de btw als voorbelasting herzien in verhouding tot het lagere bedrag aan schulden waartoe in de procedure van preventief akkoord is besloten, namelijk 56% van de oorspronkelijk afgetrokken btw. De Belastingdienst heeft in een besluit vastgesteld dat T-2 een bedrag van €7.362.000 aan btw moet betalen (56% van de afgetrokken btw).

Procedure
T-2 heeft tegen dat besluit bezwaar gemaakt bij het ministerie van Financiën, dat optreedt als bestuursorgaan in tweede aanleg. Het ministerie van Financiën heeft dat bezwaar ongegrond verklaard. T-2 heeft tegen het besluit van het ministerie beroep ingesteld bij de Sloveense bestuursrechter. Die rechter heeft dat beroep ongegrond verklaard. T-2 heeft vervolgens bij de verwijzende rechterlijke instantie hogere voorziening ingesteld tegen dat besluit. De verwijzende rechter heeft prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ. De verwijzende rechter wil met haar vragen allereerst vernemen of de vermindering van de schulden van een belastingplichtige in het kader van een preventief akkoord kwalificeert als een ‘wijziging in de elementen die voor het bepalen van het bedrag van de aftrek in aanmerking zijn genomen’ in de zin van art. 185, lid 1 btw-richtlijn. Vervolgens wil de rechter vernemen of deze vermindering onder art. 185, lid 2 eerste alinea btw-richtlijn kan vallen als ‘handelingen die geheel of gedeeltelijk onbetaald zijn gebleven’ (afwijking). Ten slotte wil de rechter weten of de mogelijkheid die art. 185, lid 2, tweede alinea btw-richtlijn biedt (afwijking op afwijking), specifiek moet worden omgezet in nationaal recht.

A-G
Ten aanzien van de eerste vraag is de A-G van mening dat de vermindering van de schulden in het kader van een preventief akkoord onder art. 185, lid 1 btw-richtlijn valt , indien de maatstaf van heffing overeenkomstig de nationale bepalingen houdende omzetting van art. 90 van deze richtlijn is verlaagd.

Op de tweede vraag stelt de A-G dat een vermindering van de schulden van een insolvente schuldenaar in het kader van een procedure van preventief akkoord, aanleiding geeft tot ‘handelingen die geheel of gedeeltelijk onbetaald zijn gebleven’ in de zin van art. 185 lid 2 eerste alinea btw-richtlijn, mits deze vermindering echter onder art. 185, lid 1 van de btw-richtlijn valt.

Met betrekking tot de derde vraag is de A-G van mening dat art. 185, lid 2, tweede alinea, btw-richtlijn zo moet worden uitgelegd dat een lidstaat van de in deze bepaling vermelde mogelijkheid gebruik kan maken zonder uitdrukkelijk te voorzien in een verplichting tot herziening in geval van ‘geheel of gedeeltelijk onbetaald gebleven handelingen’ maar door dit geval niet op te nemen in de lijst met afwijkingen waarbij art. 185, lid 2, eerste alinea van deze richtlijn in nationaal recht wordt omgezet.

De A-G adviseert het HvJ te oordelen dat Slovenië geldig gebruik gemaakt heeft van de mogelijkheid tot herziening van de aftrek op te leggen, wanneer de maatstaf van heffing wordt verlaagd bij niet-betaling van de prijs.

 Wij zijn het eens met de conclusie van de A-G. Het beginsel van fiscale neutraliteit, de verplichting van de lidstaten om te waarborgen dat de btw op hun grondgebied volledig wordt geïnd, moet zo worden uitgelegd dat wanneer de nationale wetgever een verlaging van de maatstaf van heffing toestaat in geval van niet-betaling van de prijs, hij ook moet voorzien in een daarmee overeenstemmende vermindering van de aftrek. Indien de maatstaf van heffing wordt verlaagd, maar er geen overeenstemmende vermindering van aftrek plaatsvindt, is dit in strijd met het beginsel van fiscale neutraliteit. Het is afwachten op een uitspraak van het HvJ, maar wij verwachten dat het HvJ de conclusie van de A-G zal volgen. Indien het HvJ de conclusie van de A-G volgt, wijzen wij u erop dat bij het sluiten/aangaan van een schuldeisersakkoord het van belang is goed stil te staan bij de btw-gevolgen. De gevolgen moeten tijdig worden doordacht. Uiteraard helpen de btw-specialisten van Van Driel Fruijtier u graag hierbij.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op