24 oktober 2013A-G: uitgifte en verkoop kortingskaarten niet vrijgesteld van btw-heffing

De Nederlandse btw-ondernemer Granton Advertising BV (hierna: Granton) geeft bonnen uit die recht geven op korting bij onder andere restaurants, bioscopen, hotels en dergelijke. Zij verkoopt deze kortingsbonnen aan particulieren en past hierbij de btw-vrijstelling voor de verkoop van cadeaubonnen toe. In het verleden is aan de B.V. een naheffingsaanslag opgelegd, omdat de inspecteur van mening was dat deze bonnen niet als cadeaubonnen kwalificeerden. De Hoge Raad heeft in 1998, onder verwijzing naar de resolutie van 22 december 1992, nr. VB92/2060 geoordeeld dat wel degelijk sprake is van de verkoop van cadeaubonnen, omdat de bonnen gebruikt kunnen worden als (gedeeltelijke) betaling van goederen. 

Bovengenoemde resolutie is in 1999 vervangen door een besluit waarin staat aangegeven dat kortingsbonnen, anders dan cadeaubonnen, niet kwalificeren als waardepapieren. Dit betekent dat de verkoop van kortingsbonnen niet is vrijgesteld, maar belast is tegen het algemene btw-tarief. De inspecteur, die van mening is dat de door de B.V. verkochte bonnen kwalificeren als kortingsbonnen, heeft een naheffingsaanslag opgelegd. De B.V. brengt daartegenin dat sprake is van de verkoop van ‘andere waardepapieren’ als bedoeld in de Wet OB of ‘andere handelspapieren’ als bedoeld in de btw-richtlijn. 

In eerste aanleg is door Rechtbank Breda geoordeeld dat de bonnen geen ‘andere waardepapieren’ of ‘andere handelspapieren’ vormen en de B.V. daarom niet de vrijstelling voor financiële handelingen mag toepassen. Hof Den Bosch is echter niet zeker van de uitleg van de begrippen ‘andere waardepapieren’ en ‘andere handelspapieren’ en heeft het HvJ EU daarom de prejudiciële vragen gesteld of de door de B.V. verkochte bonnen als zodanig kwalificeren en zo ja, of de uitgifte en verkoop van de bonnen vrijgesteld zijn van btw-heffing. Het hof vraagt zich tevens af of hierbij van belang is dat het praktisch onmogelijk is om bij gebruik van de kortingskaart btw te heffen over (een evenredig deel van) de voor de kortingskaart betaalde vergoeding. 

A-G Kokott heeft het HvJ EU in haar conclusie geadviseerd te oordelen dat een kortingskaart, zoals deze wordt verstrekt door Granton, niet kwalificeert als ‘ander waardepapier’ in de zin van de btw-richtlijn omdat de kaart noch een deelneming in een vennootschap, noch een recht op een geldelijke prestatie of een derivaat van deze rechten verleent. De kortingskaart kwalificeert naar de mening van de A-G evenmin als ‘ander handelspapier’, aangezien de kaart geen recht op een bepaalde geldsom belichaamt en in het handelsverkeer hoogstwaarschijnlijk niet als geld wordt beschouwd. Uitgifte en verkoop van de kortingskaarten is derhalve niet vrijgesteld van btw-heffing. Hoewel beantwoording van de laatste vraag van het hof achterwege kan blijven na de conclusie dat geen sprake is van andere waarde- of handelspapieren, merkt de A-G op dat haars inziens in casu bij inwisseling van de kortingskaart geen btw over een evenredig deel van de voor de kaart betaalde vergoeding moet worden geheven. 

Het HvJ EU moet nog arrest wijzen. Zie 8.3.1.6 voor meer informatie over kortingskaarten.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op