31 oktober 2017A-G: Recht op btw-aftrek voor tardieve btw-betaling wegens goede trouw

A-G Campos Sánchez-Bordona is van mening dat een belastingplichtige die te goeder trouw heeft gehandeld in een situatie waarin ten onrechte werd uitgegaan dat de levering van goederen niet aan btw was onderworpen, en pas jaren nadien een correctie is doorgevoerd en de verschuldigde btw is betaald, recht heeft op btw-aftrek.

Feiten
Volkswagen AG (hierna: Volkswagen) heeft in de periode 2004 – 2010 mallen voor de productie van verlichtingsapparatuur voor auto’s gekocht van verschillende afnemers. De afnemers vermeldden op de facturen aan Volkswagen geen btw, omdat zij ervan uitgingen dat het geen leveringen van goederen, maar gewoon een financiële compensatie betrof. Toen zij in 2010 beseften dat zij zich hadden vergist, hebben de leveranciers aan Volkswagen de btw in rekening gebracht door middel van afzonderlijke juiste facturen waarop ditmaal wel de verschuldigde btw werd vermeld. Ook werden aanvullende btw-aangiften ingediend en werd de btw aan de schatkist betaald. Op 1 juli 2011 heeft Volkswagen de Slowaakse fiscus verzocht om btw-teruggaaf van de door haar betaalde btw.

Procedureverloop
De Slowaakse fiscus kent het btw-teruggaafverzoek van Volkswagen slechts gedeeltelijk toe, omdat voor de jaren 2004 en 2005 de teruggaaftermijn van 5 jaren al was verstreken. Volkswagen gaat in beroep die door de hogere belastingautoriteit van Slowakije wordt afgewezen. De hoogste rechterlijke instantie van Slowakije vraagt het HvJ om uitleg te geven in hoeverre het recht op btw-aftrek nog kan worden uitgeoefend wanneer bij de levering van goederen aanvankelijk geen btw in rekening wordt gebracht en de latere rechtzetting daarvan betrekking heeft op belastingtijdvakken van meer dan 5 jaar geleden.

A-G
De A-G is van mening dat de werkwijze van de Slowaakse fiscus niet de juiste is. De fiscus heeft namelijk de 5-jaarstermijn in het nadeel van Volkswagen toegepast, omdat dezelfde termijn ook geldt voor het innen van de btw. Immers, als de fiscus het geen probleem vindt om na meer dan 5 jaar de btw in ontvangst te nemen die Volkswagen is verschuldigd, moet zij omgekeerd ook het recht van Volkswagen erkennen om de over die periode betaalde btw in aftrek te brengen. Daarnaast staat het in onderhavige geval niet in de weg dat een belastingplichtige die te goeder trouw handelt het recht op btw-aftrek niet volledig wordt ontnomen. Het beginsel van de fiscale neutraliteit verlangt dat btw-aftrek wordt toegestaan als de materiële voorwaarden daarvoor vervuld zijn, ook wanneer een belastingplichtige niet voldoet aan bepaalde formele voorwaarden. De A-G geeft aan dat het Hof in zijn jurisprudentie er duidelijk voor heeft uitgesproken dat het recht op btw-aftrek zo veel mogelijk wordt geëerbiedigd. In casu betekent dit dat Volkswagen haar btw-aftrekrecht pas kon uitoefenen wanneer zij heeft beseft dat de handelingen die zij verricht onderworpen zijn aan btw en mits zij te goeder trouw heeft gehandeld. Tot slot is de A-G van mening dat sprake is van strijd met het evenredigheidsbeginsel. Lidstaten mogen weliswaar maatregelen nemen om de juiste inning van de btw te waarborgen en fraude te voorkomen, maar die maatregelen mogen niet verder gaan dan nodig is om het doel te bereiken en mogen geen afbreuk doen aan de fiscale neutraliteit. Aangezien Volkswagen te goeder trouw is, geen sprake is van belastingfraude of een belastingvoordeel en dat correcties hebben plaatsgevonden, is het onevenredig om het btw-aftrek te ontzeggen enkel om de reden dat Volkswagen ten onrechte meende dat die handelingen niet aan btw onderworpen waren en omdat pas na meer dan 5 jaar tot correctie is overgegaan. De A-G concludeert dat indien een belastingplichtige ten onrechte maar te goeder trouw vanuit is gegaan dat de levering van goederen niet onderworpen was aan btw en die btw pas jaren nadien is betaald, de belastingplichtige het recht heeft om de over die handeling betaalde btw in aftrek te brengen of teruggaaf daarvan te krijgen.

 Hoewel de btw-richtlijn niet uitdrukkelijk een termijn vermeldt waarbinnen het recht op aftrek moet worden uitgeoefend, mogen lidstaten omwille van de rechtszekerheid wel een dergelijke termijn invoeren. Deze termijn is niet onevenredig voor zover deze termijn op dezelfde wijze geldt voor soortgelijke rechten in belastingzaken naar nationaal recht en naar gemeenschapsrecht. Voor de bepaling van die termijn kan echter niet uitsluitend worden gelet op het tijdstip waarop de goederen worden geleverd, waarbij geen rekening wordt gehouden met andere relevante omstandigheden. De visie van de A-G laat zien dat in gevallen waarin volgens de wettelijke bepalingen geen grond bestaat voor btw-teruggaaf, dit wellicht nog wel bereikt kan worden door een beroep te doen op de algemene rechtsbeginselen waaronder het beginsel van de fiscale neutraliteit en het evenredigheidsbeginsel. Vereist is wel dat de belastingplichtige te goeder trouw heeft gehandeld, geen sprake is van fraude of een belastingvoordeel en geen verlies van belastinginkomsten aan de orde is. Een belangrijk punt in deze casus is dat tegen de wettelijke regels in de verschuldigde btw na een periode van 5 jaren wel wordt geïnd, maar een btw-teruggaaf van die betaalde btw niet wordt toegekend. Wij zijn benieuwd of het HvJ deze visie van de A-G zal volgen.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op