19 februari 2016A-G: recht op btw-aftrek niet pas in tijdvak correctie onjuiste factuur

A-G Bot is van mening dat het lidstaten niet is toegestaan om de aftrek van btw pas te verlenen in het tijdvak waarin een onjuiste factuur is gecorrigeerd. 

 

In de zaak Senatex GmbH (hierna: Senatex) gaat het om de gelijknamige onderneming die in Duitsland een groothandel in textiel exploiteert. In de jaren 2008 tot en met 2011 heeft zij de btw op provisiefacturen en facturen van een reclameontwerper in aftrek gebracht. De Duitse fiscus heeft tijdens een boekenonderzoek in 2013 vastgesteld dat op deze facturen ten onrechte het fiscale nummer of btw-nummer van de dienstverleners niet is vermeld. Nog tijdens het boekenonderzoek heeft Senatex de onjuiste facturen voor de jaren 2009 tot en met 2011 gecorrigeerd. Ondanks deze correcties heeft de Duitse fiscus de in 2008 tot en met 2011 in aftrek gebrachte btw ter zake van de onjuiste facturen (met rente) nageheven. In de bezwaarprocedure is vastgesteld dat de onjuiste facturen die in 2008 zijn ontvangen nog niet zijn gecorrigeerd. Senatex heeft dit in februari 2014 alsnog gedaan. De Duitse fiscus heeft in bezwaar de naheffingsaanslagen gehandhaafd en het standpunt ingenomen dat Senatex pas in het tijdvak waarin de onjuiste facturen zijn gecorrigeerd recht heeft op aftrek van btw (lees: niet in 2008, 2009, 2010 of 2011, maar in 2013 respectievelijk 2014). De Duitse rechter vraagt zich af hoe de Btw-richtlijn en de jurisprudentie van het HvJ in een geval als het onderhavige moet worden uitgelegd en heeft om uitleg gevraagd aan het HvJ.

 

A-G Bot heeft het HvJ van advies voorzien. De A-G wijst erop dat het recht op (onmiddellijke) btw-aftrek een fundamenteel beginsel is van de Europese btw. De btw-aftrekregels hebben immers als doel om de belastingplichtige geheel te ontlasten van de in het kader van zijn economische activiteiten voldane btw. De Europese btw waarborgt een neutrale belasting van de belaste economische activiteiten van de belastingplichtige. Op grond van art. 167 Btw-richtlijn ontstaat het recht op btw-aftrek in het tijdvak waarin de aftrekbare btw verschuldigd wordt. De formele voorwaarde voor het recht op btw-aftrek, het beschikken over een correcte factuur, is noodzakelijk voor de inning van btw en het voorkomen van btw-fraude, maar doet het recht op btw-aftrek niet ontstaan. Op grond van art. 219 btw-richtlijn bestaat de mogelijkheid om een factuur te corrigeren. In de arresten Pannon Gép Centrum en Petroma Transports e.a. heeft het HvJ, aldus de A-G, geen beslissing genomen over de terugwerkende kracht van de correctie van een factuur. In de zaak Terra Baubedarf-Handel heeft het HvJ weliswaar beslist dat het recht op btw-aftrek moet worden uitgeoefend in het tijdvak waarin is voldaan aan de materiële en formele voorwaarden, maar in deze zaak bezat de belastingplichtige op het moment dat zij de btw in aftrek bracht in het geheel niet over een factuur. De feiten in onderhavige zaak verschillen daarom met die in de zaak Terra Baubedarf-Handel, aldus de A-G. Naar de mening van de A-G verzet de neutraliteit alsmede het recht op onmiddellijke aftrek zich tegen uitstel van het recht op aftrek tot het correctietijdvak, aangezien de ontvanger van de factuur hierdoor een niet te verwaarlozen financieel risico loopt, het berekenen van rente over de nageheven btw, terwijl de lidstaat geen fiscaal verlies lijdt.

 

De A-G wijst erop dat een juiste factuur van groot belang is voor de controle door de fiscus en het bestrijden van btw-fraude, maar dat het HvJ meermalen heeft geoordeeld dat het neutraliteitsbeginsel zich verzet tegen een aftrekweigering wegens het niet voldoen aan formele voorwaarden. Die rechtspraak klemt te meer nu Senatex de onjuiste facturen heeft gecorrigeerd waardoor alsnog voldaan is aan alle formele voorwaarden. Hoewel de lidstaten de onzorgvuldigheid van de ontvanger van de factuur kunnen bestraffen met een sanctie, moet een dergelijke sanctie proportioneel zijn. Het uitstellen van de btw-aftrek en het berekenen van rente, zoals Duitsland doet, kwalificeert naar de mening van de A-G niet als een proportionele sanctie. Wel is het mogelijk om de correctiemogelijkheid in de tijd te beperken. Naar de mening van de A-G dient het Petroma Transports e.a.-arrest in zoverre genuanceerd te worden dat geen sprake is van een verbod om onjuiste facturen te corrigeren nadat de fiscus beslist heeft de aftrek te weigeren. Een dergelijk verbod verhoudt zich niet met het fundamentele beginsel van de neutraliteit, terwijl de onjuistheid van de factuur bovendien veelal te wijten is aan de presterende belastingplichtige.

 

Resumerend is de A-G van mening dat het Unierecht zich verzet tegen een nationale regeling op grond waarvan de correctie van een factuur betreffende de verplichte vermelding van het btw-nummer, ertoe leidt dat pas in het tijdvak van de correctie recht op btw-aftrek ontstaat. Lidstaten mogen een proportionele sanctie opleggen wegens de niet-naleving van de formele aftrekvoorwaarden en de mogelijkheid om de onjuiste facturen te corrigeren in de tijd beperken, mits deze maatregelen op gelijke wijze gelden voor rechten die uit het nationale recht en het Unierecht voortvloeien en de uitoefening van het aftrekrecht niet onmogelijk of uiterst moeilijk maken.

Een foutje is menselijk. Ook bij de facturatie gaat het wel eens mis en ontbreken bijv. gegevens op de factuur die wel op de factuur vermeld hadden moeten worden, zoals in deze zaak het btw-nummer van de dienstverlener. De Duitse fiscus meent dat de btw die op een onjuiste factuur vermeld staat (met rente) nageheven mag worden en dat de ondernemer zijn aftrekrecht alsnog kan realiseren in het tijdvak waarin hij beschikt over de gecorrigeerde factuur. Gelukkig voor de praktijk gaat de A-G niet mee met deze (naar onze mening) zeer formalistische benadering. De A-G wijst erop dat de neutraliteit eist dat de btw-aftrek onmiddellijk kan worden uitgeoefend en dat de btw-richtlijn voorschrijft dat het aftrekrecht ontstaat in het tijdvak waarin de presterende btw-ondernemer de in rekening gebrachte btw verschuldigd is. Uiteraard zijn er grenzen aan de coulance jegens de ontvanger van de onjuiste factuur. In de eerste plaats wanneer er btw-fraude in het spel is en de ontvanger van de factuur dit wist of had moeten weten. In casu is van (betrokkenheid bij) btw-fraude geen sprake en de A-G wijst er terecht op dat bij btw-fraudegevallen (om een snelle ontdekking van de btw-fraude te voorkomen) veelal keurig wordt voldaan aan de factuurvereisten. In de tweede plaats mag een lidstaat een termijn stellen aan de correctiemogelijkheden. In Nederland geldt – kort gezegd – een vijfjaarstermijn indien een factuur wordt gecorrigeerd waarop ten onrechte of te veel btw is vermeld, maar voor gevallen als in deze zaak geldt geen fatale termijn. Wat ons betreft blijft dat ook zo. In gevallen als de onderhavige heeft de ontvanger van de factuur immers materieel recht op btw-aftrek en zou naheffing van die btw-aftrek leiden tot cumulatie van btw. Overigens wijzen wij erop dat in Nederland het beleid is dat lichte gebreken van de factuur het recht op aftrek niet in de weg staan, mits geen sprake is van een weten of hadden moeten weten van fiscaal laakbaar handelen door de presterende ondernemer en doel en strekking van de Wet OB zich hiertegen niet verzetten. In de derde plaats mogen lidstaten een sanctie opleggen wegens het niet naleven van de formele aftrekvoorwaarden (lees: wegens het niet zorgvuldig controleren van de inkomende facturen). In Nederland is een dergelijke sanctiemogelijkheid er (nog) niet. Omdat in dergelijke situaties de schatkist niets te kort komt (lees: de ontvanger van de factuur heeft materieel recht op btw-aftrek) en de belastingplichtige in de zaak zijn fout zelf volledig heeft hersteld, zien wij niets in de introductie van een dergelijke sanctie. Voor het recht op aftrek zie 14.2.

 

 

 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op