20 september 2013A-G: overeenkomst kosten voor gemene rekening niet mogelijk bij individualiseerbare kosten

Een stichting verzorgt de administratie voor diverse scholen. Tot 2009 kon zij gebruikmaken van de koepelvrijstelling (zie 8.2.12). Vanaf 2009 is dit echter niet langer mogelijk en is de stichting de kosten van (administratief) personeel volgens een vaste verdeelsleutel gaan doorberekenen aan de deelnemende scholen. De deelnemende scholen kunnen kiezen uit verschillende pakketten van door de stichting te verrichten werkzaamheden met een daarbij horende kostenbijdrage. 

Naar het oordeel van Rechtbank Haarlem en Hof Amsterdam kan de stichting geen beroep doen op het leerstuk van kosten voor gemene rekening. Het feit dat scholen kunnen kiezen uit verschillende pakketten, wijst er volgens het hof op dat sprake is van dienstverlening tegen vergoeding. Hieraan doet niet af dat de kostprijs zonder winstopslag aan de scholen wordt berekend. Het hof acht het hierbij van belang dat de kosten (van personeel, huisvesting etc.) niet van meet af aan rechtstreeks voor gemeenschappelijke rekening zijn gemaakt en dat de betrokkenheid van de aan de kosten ten grondslag liggende werkzaamheden uit meer moet bestaan dan het afnemen van een gekozen pakket. Daarnaast acht het hof van belang dat de risico van de verdeling van de kosten slechts is opgenomen in een niet ondertekende conceptovereenkomst. 

In cassatie adviseert A-G Van Hilten de Hoge Raad het door de stichting ingestelde cassatieberoep ongegrond te verklaren. Naar de mening van de A-G heeft de stichting onvoldoende bewezen dat in casu sprake is van kosten voor gemene rekening, met name dat alle deelnemende scholen rechtstreeks betrokken zijn bij de kostenpost en dat de kosten ook daadwerkelijk ‘gemeen’ zijn, in de zin dat zij niet (goed) individualiseerbaar zijn. Het feit dat de deelnemende scholen kunnen kiezen uit verschillende pakketten, lijkt er volgens de A-G juist op te wijzen dat de kosten in casu wel individualiseerbaar zijn. Overigens is de A-G, in tegenstelling tot hetgeen het hof heeft geoordeeld, de mening toegedaan dat aan de toepasbaarheid van het leerstuk niet in de weg hoeft te staan dat de kosten niet van meet af aan rechtstreeks voor gemeenschappelijke rekening zijn gemaakt. 

Zie 4.19 voor deze conclusie en meer informatie over het leerstuk van kosten voor gemene rekening.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op