13 januari 2016A-G: onttrekking aan douaneregeling leidt niet per definitie tot invoer-btw

A-G Campos Sánchez-Bordona is van mening dat als goederen na hun wederuitvoer worden onttrokken aan de douaneregeling geen invoer-btw verschuldigd is. 

In de gevoegde zaken Eurogate Distribution GmbH en DHL Hub Leipzig GmbH gaat het om de vraag of het ontstaan van een douaneschuld wegens het niet voldoen aan formele verplichtingen die gelden voor goederen die onder een opschortende douaneregeling vallen, met zich brengt dat invoer-btw verschuldigd is. Meer specifiek wenst de Duitse verwijzende rechter te vernemen of het heffen van invoer-btw in een dergelijk geval in strijd is met het Unierecht en, zo nee, of de lidstaten in dit opzicht over een speelruimte beschikken. Daarnaast wenst de Duitse rechter te vernemen of een entreposeur, die een goed uit een derde land op grond van een dienstverleningsovereenkomst in een douane-entrepot opslaat, de invoer-btw verschuldigd is, ook wanneer het goed niet wordt gebruikt voor zijn belaste handelingen.

De A-G is van mening dat het ontstaan van een douaneschuld wegens het niet voldoen aan formele verplichtingen die gelden voor goederen die onder een opschortende douaneregeling vallen, niet automatisch leidt tot de verschuldigheid van invoer-btw. Indien, zoals in deze zaken, de onder het stelsel van het douane-entrepot geplaatste goederen wederuitgevoerd zijn zonder aan dat stelsel te zijn onttrokken dan zijn deze goederen niet ingevoerd en is derhalve geen invoer-btw verschuldigd. Dit is niet in strijd met het X-arrest van het HvJ, aangezien in die zaak de onttrekking aan het douaneregeling plaatsvond vóór de wederuitvoer van de goederen (en derhalve in die situatie het gevaar bestond dat deze goederen in het economische circuit van de EU terecht zijn gekomen). Voor zover het HvJ deze opvatting niet deelt (en derhalve invoer-btw verschuldigd is), is de A-G subsidiair van mening dat de lidstaten in dit opzicht geen speelruimte hebben met betrekking tot de btw-heffing bij invoer en dat de vrijheid van de lidstaten om de entreposeur van de goederen aan te wijzen als de schuldenaar van de btw niet beperkt wordt door het feit dat diegene de invoer-btw niet in aftrek kan brengen.

Als het HvJ deze conclusie van de A-G volgt is dit een belangrijke nuancering van de reikwijdte van het X-arrest van het HvJ en is het de vraag of de Hoge Raad in het X-arrest terecht volledig is teruggekomen van zijn opvatting in 2001 dat een onttrekking aan een douaneregeling wegens het niet voldoen van formele verplichtingen niet leidt tot verschuldigdheid van invoer-btw. De juiste rechtsopvatting zou wel eens in het midden kunnen liggen. Het is aan het HvJ om hierover duidelijkheid te geven. Voor meer informatie over invoer en btw zie