16 september 2014A-G: nationale rechter moet btw-aftrek bij btw-fraude weigeren

In de gevoegde zaken Schoenimport Italmoda Mariano Previti vof (hierna: Italmoda), Turbu.com en Turbu.com Mobile Phone’s BV (hierna: TMP) heeft de Hoge Raad prejuduciële vragen gesteld aan het HvJ over de gevolgen van betrokkenheid bij btw-fraude. A-G Szpunar heeft het HvJ middels zijn conclusie van een advies voorzien.

De Hoge Raad heeft in de zaak Italmoda aan het HvJ gevraagd of het nultarief, de btw-aftrek dan wel de teruggaaf van de nummerverwervings-btw ook geweigerd moet worden indien het nationale recht niet uitdrukkelijk voorziet in een dergelijke weigeringsgrond. Zo ja, dan vraagt de Hoge Raad zich af of dit ook geldt indien de btw-fraude zich in een andere EU-lidstaat heeft voorgedaan en de leverancier heeft voldaan aan alle formele voorwaarden. Zo nee, dan vraagt de Hoge Raad zich af wanneer sprake is van heffing in het land van aankomst. Is dit verantwoording in de btw-aangifte of is hiervan ook sprake bij naheffing van verwervings-btw?

De A-G is van mening dat de Hoge Raad het nultarief en de teruggaaf van de nummerverwervings-btw op grond van het unierecht moet weigeren, ook indien de nationale bepalingen niet expliciet daarin voorzien. Overigens geldt dit volgens de A-G ook voor andere uit het unierecht voortvloeiende rechten. Naar de mening van de A-G is het niet relevant of de btw-fraude zich in een andere EU-lidstaat heeft voorgedaan. De btw is immers een gemeenschappelijk stelsel, terwijl bepaalde soorten btw-fraude, zoals de ‘ploffraude’ juist een intracommunautair verschijnsel is. Het zou dan niet doeltreffend zijn om de fraudepreventie uitsluitend aan de direct getroffen lidstaat over te laten. De derde prejuduciële vraag hoeft naar de mening van de A-G geen behandeling, terwijl de A-G tevens meent dat niet de uitleg van de term ‘geheven’ van belang is maar de vraag of de regeling voor een ICL van toepassing is. Deze toepassing hangt echter af van het antwoord op de eerste prejudiciële vraag.

De prejudiciële vragen in de zaken Turbu.com en TMP zijn naar de mening van de A-G niet-ontvankelijk, omdat in cassatie niet vaststaat dat Turbu.com en TMP wisten of hadden moeten weten dat sprake is van btw-fraude. De door de Hoge Raad gestelde prejudiciële vragen zouden pas relevant worden wanneer na verwijzing is vastgesteld dat hiervan sprake is. Het HvJ beschikt derhalve niet over de noodzakelijke feitelijke gegevens die nodig zijn om een nuttig antwoord te kunnen geven op de aan hem voorgelegde vragen. Overigens kan het antwoord op de vragen in deze zaken afgeleid worden uit het antwoord op de eerste vraag in de zaak Italmoda.

Voor meer informatie over de gevolgen van (betrokkenheid bij) btw-fraude zie 12.?

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op