24 februari 2017A-G: Levering grond als betaling belastingschuld geen economische activiteit

In Polen bestaat de mogelijkheid om belastingschulden in natura terug te betalen door de eigendom van een perceel grond over te dragen aan de staat. In de prejudiciële zaak Posnania Investment SA (hierna: Posnania) is aan het HvJ de vraag voorgelegd of deze eigendomsoverdracht een belast(bar)e handeling is.

De feiten in deze zaak zijn als volgt. Posnania is in Polen actief als makelaar in onroerend goed. Op basis van een overeenkomst met de gemeente draagt zij de eigendom over van een onbebouwd perceel grond waardoor een deel van haar belastingschuld tenietgaat. Posnania verzoekt de Poolse minister van Financiën om een standpuntbepaling. Zij neemt in dit verzoek het standpunt in dat deze overdracht niet btw-belast is. De Poolse minister van Financiën neemt een tegenovergesteld standpunt in. In de daaropvolgende beroepsprocedure verzoekt de Poolse cassatierechter het HvJ om uitleg.

A-G Kokott (hierna: de A-G) heeft in deze zaak het HvJ een advies gegeven. De A-G geeft aan dat uit art. 2, lid 1, onderdeel a btw-richtlijn vijf voorwaarden volgen voor een btw-belaste handeling. Aan drie van deze voorwaarden wordt voldaan: levering van een goed (1), door een belastingplichtige (2) en binnen het grondgebied van een lidstaat (3). Onderzocht moet worden of ook aan de overige twee voorwaarden wordt voldaan: geschiedt de levering onder bezwarende titel en heeft Posnania als belastingplichtige gehandeld?

Voor een levering onder bezwarende titel is een wederzijdse rechtsbetrekking vereist. Uit jurisprudentie volgt dat deze wederzijdse rechtsbetrekking aanwezig is wanneer tussen de leverancier en de verkrijger een rechtsbetrekking bestaat waarbij over en weer prestaties worden uitgewisseld en de door de leverancier ontvangen vergoeding de werkelijke tegenwaarde vormt van het aan de verkrijger geleverde goed. Uit de gesloten overeenkomst volgt dat sprake is van een rechtsbetrekking. Of in dit geval sprake is van een wederzijds of een eenzijdige rechtsbetrekking, laat de A-G in het midden. De A-G is van mening dat de wederzijdse betrekking tussen de uitgaven en het verbruikbaar voordeel doorslaggevend is en niet de wederzijdsheid van de civiel- of publiekrechtelijke grondslag. Omdat de btw een algemene verbruiksbelasting is, is de A-G van mening dat deze levering onder bezwarende titel plaatsvindt, omdat de uitlegging van het begrip ‘bezwarende titel’ ruim moet worden uitgelegd.

Of Posnania ook in de hoedanigheid van btw-ondernemer handelt, is afhankelijk van de vraag of hij handelingen verricht in het kader van zijn belastbare activiteit. Het moet om een economische activiteit gaan. De A-G is van mening dat de betaling van de belastingschulden niet kan worden beschouwd als een economische activiteit, omdat het louter gaat om de nakoming van een publiekrechtelijke persoonlijke verbintenis. Daarbij maakt het niet uit dat de belastingschuld in natura is gedaan of dat de vennootschap geen btw-ondernemer is. De betaling van belastingschulden door de overdracht van een goed is in beginsel geen (typische) economische activiteit. Daarnaast is geen sprake van schending van mededingingsneutraliteit, omdat bij de betaling van belastingschulden in natura is geen sprake van een concurrentiesituatie ten opzichte van andere belastingschuldenaren. Ook bij de koopprijszetting is geen sprake van concurrentieverstoring, omdat de taxatie van de grond wordt bepaald aan de hand van objectieve criteria. De A-G is daarom van mening dat de levering van de grond als betaling van de belastingschuld niet als economische activiteit kwalificeert.

 De (eind)conclusie van de A-G dat geen sprake is van een belast(bar)e handeling delen wij. Niettemin hebben wij vraagtekens bij de route die de A-G kiest. Er is onzes inziens namelijk geen sprake van een rechtsbetrekking tussen de gemeente en Posnania waarbij over en weer prestaties worden verricht en de door Posnania ontvangen vergoeding de werkelijke tegenwaarde vormt voor de levering van de grond, zoals het Tolsma-arrest vereist. De levering van de grond aan de gemeente is een (gedeeltelijke) betaling in natura. Bij een betaling in natura moet beoordeeld worden of de gemeente in ruil voor deze betaling in natura een overeengekomen tegenprestatie verricht. Met andere woorden: ontvangt Posnania in ruil voor haar betaling in natura een overeengekomen levering of dienst van de gemeente? Naar onze mening is de (gedeeltelijke) vermindering van een belastingschuld geen dienst van de gemeente aan Posnania. Zou dit anders zijn dan zou immers ook de vermindering van de belastingschuld bij een betaling in geld een dienst zijn van de gemeente aan de belastingbetaler en dat zal – naar wij veronderstellen – niemand beweren. Wij zijn benieuwd of het HvJ de A-G op dit punt volgt of dat hij op basis van het Tolsma-arrest tot het oordeel komt dat geen sprake is van een prestatie onder bezwarende titel.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op