6 februari 2019A-G: leegstand gymzalen geen aftrekgerechtigd gebruik gemeente

Feiten

Een gemeente is eigenaar en exploitant van een aantal sportzalen. Deze sportzalen stelt de gemeente enerzijds om niet ter beschikking aan bassischolen voor de gymles. Daarnaast stelt de gemeente de sportzalen tegen vergoeding ter beschikking aan sportverenigingen en scholen voor voorgezet onderwijs. De gemeente heeft de aftrek van btw op kosten die betrekking heeft op de exploitatie van de sportzalen bepaald door uit te gaan van de verhouding tussen het aantal uren dat de sportzalen gebruikt worden voor belaste handelingen en het totaal aantal daadwerkelijke gebruiksuren. In bezwaar is de gemeente van mening dat zij recht heeft op een hogere aftrek, omdat volgens haar tevens rekening moet worden gehouden met de uren waarin de sportzalen niet worden gebruikt. Deze uren moeten volgens haar als belast gebruik worden aangemerkt. De gemeente beroept zich hierbij op het leegstandarrest van de Hoge Raad van 13 juni 2014 en stelt dat zij het oogmerk heeft om tijdens leegstand de sportaccommodaties belast met btw te exploiteren. De inspecteur is het hier niet mee eens.

A-G

De A-G stelt dat de mate van aftrek in de eerste plaats wordt bepaald door de omzetverhouding en als dit niet overeenkomt met het werkelijk gebruik, de verdeelsleutel wordt bepaald door het werkelijk gebruik. De A-G is het eens met het hof en is van mening dat de verhouding tussen het daadwerkelijk aantal uren belaste verhuur en het totale aantal uren daadwerkelijk gebruik een nauwkeurig en objectief criterium voor het bepalen van de omvang van het aftrekrecht. Anders dan de gemeente is de A-G van mening dat de uren waarin de sportzalen niet ter beschikking worden gesteld, niet moeten worden aangemerkt als uren waarin de sportzalen belast worden gebruikt.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op