2 juni 2017A-G: Leaseovereenkomst met reële keuze tot koop geen levering voor de btw

De huurkoop van een goed is voor de btw gelijkgesteld met een levering van een goed. Voor huurkoop is vereist dat de huurkoper de eigendom normaal gesproken uiterlijk bij de betaling van de laatste termijn verkrijgt. Bij een financial leaseovereenkomst met een optie tot koop is het niet altijd duidelijk of voor de btw sprake is van een levering. In de prejudiciële zaak Mercedes-Benz Financial Services UK Ltd acht A-G Szpunar voor de kwalificatie van een financial leaseovereenkomst als huurkoop beslissend of met zekerheid kan worden aangenomen dat de leasingnemer de eigendom normaliter uiterlijk aan het einde van de looptijd van de overeenkomst verkrijgt.

De feiten in deze zaak zijn als volgt. Mercedes-Benz Financial Services UK Ltd (hierna: MBFS) is een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde vennootschap die zich bezighoudt met het verlenen van financiële diensten met betrekking tot het gebruik en de verwerving van voertuigen. In dat kader biedt zij drie verschillende standaardovereenkomsten aan voor het gebruik van auto’s, te weten: een huurovereenkomst (leasing), een huurkoopovereenkomst (hire purchase agreement) en een gemengde overeenkomst, de zogenoemde Agility-overeenkomst. Deze overeenkomst houdt in dat de huurder na de huurperiode de optie heeft het voertuig te kopen onder voorwaarde van betaling van een eindbedrag dat gelijk is met de gemiddelde verwachte waarde van het voertuig op het tijdstip van de koop, vermeerderd met de financieringskosten. In de voorbeelden die zijn gegeven bedraagt de optionele koopprijs 42% en 48% van de beginwaarde. Ongeveer de helft van de cliënten oefent de koopoptie uit. In deze zaak staat het vast dat de huurovereenkomst voor btw-doeleinden als een dienst wordt gezien en de huurkoopovereenkomst als een levering van goederen. In geschil is hoe de Agility-overeenkomst moet worden gekwalificeerd voor de btw. De Britse belastingdienst is van mening dat de Agility-overeenkomst voor de btw een levering van goederen vormt. MBFS heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechter in eerste aanleg. Het beroep wordt verworpen. In tweede aanleg krijgt MBFS gelijk. Daaropvolgend heeft de Britse belastingdienst hogere voorziening ingesteld bij de hoogste rechter die vervolgens prejudiciële vragen stelt aan het HvJ.

A-G Szpunar is van mening dat vanwege de rechtszekerheid alleen de leaseovereenkomst als een levering van goederen kan worden beschouwd wanneer met zekerheid kan worden aangenomen dat de leasingnemer normaliter uiterlijk aan het einde van de looptijd van de overeenkomst de eigendom van het geleasede goed verkrijgt. Immers, wanneer het geleasede goed na verloop van de verbruiksperiode aan de eigenaar terug moet worden gegeven, kan niet worden gesproken van de overgang van de macht om als eigenaar over een goed te beschikken. Daarnaast acht hij dat een leaseovereenkomst waarbij de leasingnemer een optie heeft om na betaling van alle termijnen zonder extra betaling of voor een symbolisch bedrag de eigendom van dat goed te verkrijgen, in beginsel ook moet worden beschouwd als een levering van goederen. De A-G geeft de volgende handvatten voor het kunnen aanmerken van de lease als een levering van een goed: de leaseovereenkomst moet een beding bevatten over de verkrijging van de eigendom van het goed (van rechtswege of via een optie), de eigendom moet worden verkregen als gevolg van het normale verloop van de gebeurtenissen en de eigendom moet uiterlijk bij de betaling van de laatste termijn worden verkregen. De A-G adviseert het HvJ te oordelen dat een leaseovereenkomst met een optie tot koop kwalificeert als huurkoop indien de som van de leasetermijnen die de leasingnemer zonder uitoefening van de koopoptie moet betalen praktisch gelijk is aan de koopprijs van het geleasede goed vermeerderd met de financieringskosten.

 In gevallen van lease moeten aan de hand van de omstandigheden van het geval worden bepaald of sprake is van een levering of een dienst. In het besluit van 25 januari 2007, nr. CPP2006/2847 heeft de staatssecretaris zijn standpunt hierover kenbaar gemaakt. Op grond van dit besluit kan (financial) leasing slechts als huurkoop worden aangemerkt indien de eigendom uiterlijk bij betaling van de laatste termijn overgaat. Financial leasing is volgens dit besluit een ‘normale’ levering indien aan vijf voorwaarden wordt voldaan (zie 2.1.4). Een van die voorwaarden is dat de leasingnemer de optie heeft om het goed aan het einde van de leaseperiode te kopen voor een zodanige lage prijs dat mag worden aangenomen dat de leasingnemer dit ook doet. Op basis van dit beleid zou de Agility-overeenkomst niet kwalificeren als een levering. Een resultaat dat in overeenstemming is met de opvatting van de A-G. De A-G is namelijk van mening dat als de leasingnemer vanuit economisch oogpunt een reële keuze heeft om het geleasede goed al dan niet te kopen sprake is van een dienst. Dit is bij de Agility-overeenkomst kennelijk het geval, omdat maar circa de helft van de leasingnemers de koopoptie uitoefent en de optionele koopprijs meer dan 40% van de beginwaarde van het geleasede goed bedraagt.  

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op