12 september 2017A-G: Ierse constructie met vakantiehuizen kwalificeert als misbruik van recht

Advocaat Generaal Bobek heeft geconcludeerd dat een Ierse constructie met vakantiehuizen als misbruik van recht kwalificeert. Het algemeen unierechtelijke beginsel van het verbod van rechtsmisbruik (misbruik van recht) geldt ook indien nationale maatregelen ter uitvoering van dit beginsel ontbreken en de betrokken handelingen zijn verricht vóór het arrest HvJ Halifax.

Drie ondernemers hebben op een perceel in Cork (Ierland) vijftien vakantiehuizen gebouwd en deze in 2002 verhuurd aan een verbonden onderneming voor een periode van 20 jaar en één maand. Deze langlopende huurovereenkomst voor 20 jaar werd volgens het Ierse recht als een eerste vervreemding van onroerend goed aangemerkt. Over de gekapitaliseerde waarde van de huur werd btw geheven. Deze overeenkomst werd een maand later beëindigd en de vakantiehuizen werden door de ondernemers doorverkocht aan derden. Over deze verkoop is geen btw verschuldigd, omdat op basis van Iers recht alleen de oorspronkelijke eerste vervreemding (de langlopende huurovereenkomst) aan btw-heffing was onderworpen. De Ierse fiscus was van mening dat de eerste vervreemding, de langlopende huurovereenkomst een kunstmatige constructie vormde en misbruik van recht opleverde. Dit betekent dat over de latere verkoop aan derden btw moest worden geheven, als ware het de eerste vervreemding. Het bezwaar en beroep van de ondernemers is afgewezen. De hoogste rechterlijke instantie van Ierland stelt prejudiciële vragen aan het HvJ EU over de toepassingsvoorwaarden en praktische werking van het beginsel van misbruik van recht.

De btw-richtlijn en nationale maatregelen ter omzetting van die richtlijn moeten worden uitgelegd in het licht van het algemene unierechtelijke beginsel van het verbod van misbruik van recht. Dat geldt ook indien nationale – wettelijke dan wel gerechtelijke – maatregelen ter uitvoering van dat beginsel ontbreken, en in gevallen waarin de betrokken handelingen vóór het arrest Halifax zijn verricht. Het beginsel van misbruik van recht heeft in die zin rechtstreekse werking en gaat in die zin boven het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel. Voor het aannemen van misbruik van recht, moeten aan twee toepassingsvoorwaarden worden voldaan: een objectieve (in strijd met het doel van de wetgeving wordt een belastingvoordeel toegekend) en een subjectieve (kunstmatigheid van de handelingen waarbij het wezenlijke doel van de betrokken transacties erin bestaat een belastingvoordeel te verkrijgen) voorwaarde. A-G Bobek is van mening dat aan de objectieve voorwaarde wordt voldaan, omdat de behandeling van de langlopende huurovereenkomst als een levering voor eerste ingebruikneming in strijd is met het doel van de desbetreffende wetsbepaling. Deze overeenkomst wordt namelijk gesloten door verbonden partijen, waarbij die huurovereenkomst zeer kort na de ondertekening wordt opgezegd en gedurende dat korte tijdsbestek een leaseback heeft plaatsgevonden met als nettoresultaat dat de ondernemers die de vakantiehuizen over lange termijn heeft verhuurd, de zeggenschap over het verhuurde de facto nooit hebben opgegeven. Het wezenlijke doel moet volgens de A-G niet worden vastgesteld aan de hand van de aan de verkoop voorafgaande transacties en de uiteindelijke verkoop tezamen. Het staat aan de verwijzende rechter om te bepalen welke specifieke aan de verkoop voorafgaande transacties het meest geschikt zijn voor de beoordeling van de subjectieve voorwaarde. De stelling van onverenigbaarheid van de nationale Ierse bepaling met de btw-richtlijn acht de A-G niet-ontvankelijk, omdat beide partijen niet goed konden uitleggen wel specifiek probleem de nationale bepaling oplevert. De A-G concludeert dat de behandeling van de langlopende huurovereenkomst als een levering voor eerste ingebruikneming in strijd is met het doel van de btw-richtlijn en adviseert het HvJ te oordelen dat het beginsel van misbruik van recht rechtstreekse werking heeft en ook van toepassing is in gevallen vóór 2006.

 Het arrest HvJ Halifax was in 2006 gewezen en was in feite de eerste uitdrukkelijke bevestiging van de voorwaarden voor en de toepassing van het verbod van misbruik van recht op het gebied van de btw. Echter, in het arrest HvJ Emsland-Stärke dat gewezen was in 2000, waren die voorwaarden reeds aangemerkt als de voorwaarden die aan het algemene verbod van misbruik van recht ten grondslag liggen. Deze zijn niet gewijzigd door het Halifax-arrest. Wanneer misbruik van recht wordt vastgesteld, moeten de betrokken transacties zo worden geherdefinieerd dat de situatie wordt hersteld zoals zij zou zijn geweest zonder de transacties die dit misbruik vormen. Dit zou dan betekenen dat de verkoop aan derden moet worden geacht de eerste levering van de vakantiehuizen te zijn, die belast is met btw. Wij verwachten dat het HvJ de conclusie van de A-G zal volgen, omdat de feiten er duidelijk op wijzen dat deze constructie kunstmatig is opgezet en geen enkele andere doel heeft dan het behalen van een belastingvoordeel.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op