16 oktober 2015A-G: gekapitaliseerde waarde canon is onderdeel maatstaf integratieheffing

In het Gemeente Vlaardingen-arrest oordeelde het HvJ EU dat de Nederlandse integratieheffing, zoals die gold tot 2014, door de beugel kan, voor zover over de waarde van de grond, de opstallen en de vervaardigingskosten door de belastingplichtige nog geen btw is betaald. Recent heeft de Hoge Raad opnieuw prejudiciële vragen gesteld over de integratieheffing. In deze zaak heeft A-G Mengozzi nu conclusie genomen.

De Hoge Raad vroeg zich af hoe de integratieheffing uitpakt in de voorliggende zaak waarbij ten gunste van Oudeland Beheer B.V. een erfpachtrecht is gevestigd voor twintig jaar op een perceel grond met een kantoorpand in aanbouw, deze vestiging als een btw-belaste levering is aangemerkt en bij vestiging van dit recht over de gekapitaliseerde waarde van de canon btw is voldaan. Na de vestiging van het erfpachtrecht is het kantoorpand afgebouwd en deels btw-belast en deels btw-vrijgesteld verhuurd. Vanwege de (gedeeltelijke) ingebruikneming voor vrijgestelde verhuur heeft Oudeland Beheer B.V. een integratieheffing voldaan over de kosten van de afbouw en de waarde van de canon die op het moment van de integratieheffing reeds vervallen was. De inspecteur meende echter dat de gehele gekapitaliseerde waarde van de canon tot de maatstaf van de integratieheffing behoort.

In eerste aanleg stelde Rechtbank Den Haag de inspecteur in het gelijk, maar in hoger beroep stelde Hof Den Haag de B.V. in het gelijk. De Hoge Raad twijfelt over de vraag hoe de integratieheffing in dit geval moet uitpakken en heeft besloten om de volgende prejudiciële vragen te stellen:1.Behoort de kostprijs van grond of andere stoffen of materialen waarvoor de belastingplichtige btw heeft betaald ter zake van de verkrijging, in dit geval door de vestiging van een zakelijk recht dat de bevoegdheid geeft een onroerend goed te gebruiken, niet tot de maatstaf van de integratieheffing? Is dit anders indien de belastingplichtige deze btw op grond van de nationale wettelijke bepalingen bij die aanschaf in aftrek heeft gebracht?2.Behoort in een geval waarin de grond met opstal in aanbouw is verkregen met de vestiging van een zakelijk recht de waarde van de canon, dat wil zeggen de waarde gedurende de looptijd dan wel de resterende looptijd van het zakelijke recht van jaar tot jaar te betalen bedragen, tot de maatstaf van de integratieheffing?

A-G Mengozzi adviseert het HvJ EU in antwoord op de eerste vraag te oordelen dat btw kan worden geheven over het door een btw-ondernemer voor vrijgestelde activiteiten bestemmen van een onroerend goed dat gebouwd is op een perceel grond waarop een zakelijk recht is gevestigd dat de bevoegdheid geeft een onroerend goed te gebruiken, op voorwaarde dat de btw-ondernemer de btw over de waarde van het verkregen zakelijk recht en de afbouwkosten van de opstal (die tezamen de maatstaf van heffing vormen) al heeft betaald, maar ook volledig in aftrek heeft gebracht. Hiermee wordt verduidelijkt wat het HvJ EU in het arrest Gemeente Vlaardingen bedoeld heeft met haar oordeel dat de Nederlandse integratieheffing, zoals die gold tot 2014, door de beugel kan, voor zover over de waarde van de grond, de opstallen en de vervaardigingskosten door de belastingplichtige “nog geen btw is betaald”. Hieronder moet dus eveneens worden verstaan “betaald en volledig in aftrek gebracht”.

In antwoord op de tweede vraag adviseert de A-G te oordelen dat in deze zaak, waarin de grond met opstal in aanbouw is verkregen met de vestiging van een zakelijk recht, de waarde van dit zakelijk recht – die moet worden begrepen in de maatstaf van heffing – gelijk is aan de totale waarde van de resterende bedragen die nog als jaarlijkse canon moeten worden betaald op het tijdstip van de bestemming van het pand. De A-G gelooft namelijk enerzijds niet dat (zoals de Nederlandse regering aangevoerd heeft) de gekapitaliseerde waarde van de canons over de gehele duur van het erfpachtrecht gelijk is aan het volledige bedrag van de kostprijs van het erfpachtrecht, bepaald op het tijdstip van bestemming van het goed. Dat is volgens de A-G alleen het geval als de bestemming van het goed plaatsvindt op het moment waarop het recht van erfpacht wordt gevestigd. Anderzijds lijkt het de A-G uitgesloten dat (zoals Oudeland B.V. aangevoerd heeft) de kostprijs van het erfpachtrecht slechts gelijk is aan de waarde van de reeds betaalde canons. Die waarde komt immers niet overeen met de waarde van het erfpachtrecht op het moment van bestemming van het goed. 

Het HvJ EU moet nog arrest wijzen. 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op