20 april 2017A-G: geen btw-aftrek exploitant vakantiepark voor reparatie gemeenschapsvoorziening

Een btw-ondernemer heeft recht op btw-aftrek voor zover hij de afgenomen prestaties voor belaste activiteiten gebruikt. Volgens A-G Kokott bestaat geen recht op btw-aftrek indien een btw-ondernemer kosten maakt voor het repareren van een gemeenschapsvoorziening om niet. Ook niet indien deze reparatie causaal verband houdt met de voorgenomen btw-belaste activiteiten van de btw-ondernemer.

De Bulgaarse ondernemer Iberdrola Inmobiliaria Real Estate Investments EOOD (hierna: Iberdrola) is eigenaar van percelen grond waarop de bouw van een vakantiepark gepland is. Er was een reparatie van het gemeentelijk pompstation voor afvalwater nodig om het vakantiepark hierop aan te sluiten. Iberdrola heeft een overeenkomst met de gemeente gesloten tot reparatie van de afvalwaterinfrastructuur op eigen kosten. Vervolgens heeft Iberdrola bouw- en montagewerkzaamheden en reparatie van een pompstation voor afvalwater in een vakantiedorp op eigen terrein en in het dorp Lozenets, beide in de Bulgaarse gemeente Tsarevo, laten uitvoeren. De btw op de reparatiekosten is door Iberdrola in aftrek gebracht. Iberdrola heeft de reparatiekosten in haar administratie geboekt als uitgaven voor de realisatie van het vakantiepark. De Bulgaarse fiscus heeft de btw-aftrek geweigerd vanwege de bestemming van de dienst voor een handeling ‘om niet’ aan de gemeente.

De Bulgaarse bestuursrechter heeft in deze zaak geoordeeld dat Iberdrola recht heeft op btw-aftrek, omdat de kosten toerekenbaar zijn aan de verhuur van het vakantiepark. De Bulgaarse cassatierechter heeft vervolgens prejudiciële vragen gesteld. De rechter vraagt zich af of het in overeenstemming is met de btw-richtlijn om het recht op aftrek door Iberdrola te beperken, enkel en alleen op grond dat de derde het resultaat van deze diensten om niet verkrijgt, zonder dat in aanmerking wordt genomen dat die diensten voor de economische activiteit van de belastingplichtige ontvanger ervan zullen worden gebruikt. Ook vraagt hij zich af of het terecht is dat de aftrek wordt geweigerd, als de uitgaven voor de verrichting ervan worden geboekt als bestanddeel van de algemene uitgaven van de belastingplichtige, op grond dat de uitgaven in kwestie werden gedaan voor het bouwen of verbouwen van een aan een derde in eigendom toebehorend onroerend goed, zonder dat hierbij in aanmerking wordt genomen dat dit onroerend goed ook door de ontvanger van de bouwdiensten zal worden gebruikt voor zijn economische activiteit.

A-G Kokott heeft in deze zaak conclusie genomen. De A-G gaat allereerst in op de tweede vraag en merkt op dat de wijze van boekhouding irrelevant is. In antwoord op de eerste vraag adviseert de A-G het HvJ te oordelen dat een causaal verband tussen de ingekochte dienst en de prestatie door Iberdrola niet volstaat, althans in elk geval niet bij directe toerekening aan een onbelaste activiteit. In casu bestaat het gevaar van onbelaste consumptie door de gemeente. Het verband kan naar de mening van de A-G niet berusten op een vaag causaliteitsbegrip, maar enkel op toerekening. Het feitelijk gebruik van de ingekochte dienst is beslissend en het antwoord op de vraag of daardoor sprake is van onbelaste consumptie. De A-G trekt een vergelijking met het Sveda-arrest en geeft aan dat deze verschilt van de onderhavige zaak, omdat in casu de infrastructuur niet wordt gebruikt in het kader van de verhuur van het vakantiepark.

De A-G geeft aan dat twijfel bestaat over het antwoord op de vraag of sprake is van een dienst om niet. Dit moet worden uitgemaakt door de nationale rechter, die hiervan kennelijk uitgaat. De A-G twijfelt hieraan, omdat een onderneming aan een derden zelden iets geeft als zij van hem niet een navenant voordeel verwacht. In casu zou dit de mogelijkheid zijn om een bouwvergunning te krijgen. Als er echter daadwerkelijk sprake is van een om niet verrichte dienst, is de sanering om niet niet voor andere dan bedrijfsdoeleinden ex art. 26-1-b btw-richtlijn uitgevoerd en is zij niet onderworpen aan btw-heffing. De A-G komt dan ook tot de conclusie dat Iberdrola geen recht heeft op btw-aftrek. Het HvJ moet nog arrest wijzen.

 A-G Kokott geeft in haar conclusie aan dat de toerekening van kosten waarop btw drukt aan een activiteit niet berust op een vaag causaliteitsbegrip. In de arresten Investrand BV, Wolfram Becker en PPG oordeelde het HvJ echter dat een rechtstreeks en onmiddellijk verband causaliteit veronderstelt, maar een causaal verband tussen input en output niet voldoende is; de kosten moeten ook ten behoeve van de economische activiteit zijn gemaakt. Het toerekenen van de kosten omvat dus mede het vaststellen van een causaal verband. Verder geeft de A-G aan dat de wijze van boekhouding irrelevant is. Naar onze mening is deze opvatting ongenuanceerd. Het is weliswaar zo dat boeking van de kosten voor de realisatie van het vakantiepark niet van doorslaggevend belang is, maar het kan naar onze mening wel een indicatie zijn voor de toerekening. De vaststelling van een rechtstreeks en onmiddellijk verband moet immers plaatvinden op basis van de objectieve gegevens en naar onze mening is de wijze van boeking een dergelijk gegeven. De A-G merkt daarnaast in haar conclusie op dat in casu het gevaar bestaat van onbelaste consumptie door de gemeente. Naar onze mening is het gevaar van onbelast eindverbruik niet zo groot als de A-G suggereert. De btw-aftrek is namelijk gebaseerd op de doorberekeningsgedachte en de reparatiekosten zullen – gelet op de wijze van boeking – verdisconteerd zijn in de prijs van de btw-belaste verhuur van het vakantiepark. De beslissing van het HvJ in deze zaak is van belang voor de Nederlandse praktijk. In Nederland geldt namelijk (onder voorwaarden) de goedkeuring dat een projectontwikkelaar recht heeft op volledige aftrek van de btw op de kosten voor de aanleg van gemeenschapsvoorzieningen die de projectontwikkelaar om niet overdraagt aan de gemeente. Achtergrond van deze goedkeuring is dat een beperking van de btw-aftrek op de aanlegkosten van de gemeenschapsvoorzieningen feitelijk zou leiden tot dubbele btw-heffing vanwege de verdiscontering van deze kosten in de prijzen van de btw-belaste verkoop van bouwterreinen/nieuwbouw. Zie 10.1 voor meer informatie over het recht op aftrek van voorbelasting.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op