13 juli 2015A-G: exploitatie commercieel woonzorgcentrum voor ouderen kan btw-vrijgesteld zijn

A-G Bot heeft het HvJ EU geadviseerd te oordelen dat een woonzorgcentrum met winstoogmerk, dat woonruimte en bijkomende diensten tegen betaling aanbiedt aan ouderen en geen subsidie of financiële steun van de overheid ontvangt, kan kwalificeren als organisatie die als instelling van sociale aard is erkend. 

De Belgische vennootschap De Jardins de Jouvence SCRL (hierna: Jardins) heeft als doel de exploitatie en het beheer van zorginstellingen en de uitoefening van alle activiteiten die rechtstreeks of indirect verband houden met gezondheidszorg aan (met name) zieken en bejaarden. Concreet stelt Jardins voor een of twee personen ontworpen woonruimten met een ingerichte keuken, een woonkamer, een kamer en een ingerichte badkamer ter beschikking. Verder biedt zij tegen betaling diverse diensten aan haar huurders en andere personen aan, te weten een bar-restaurant, een kap- en schoonheidssalon, een fysiotherapiezaal, ergotherapeutische activiteiten, een wasserij, een lokaal voor bloedproeven en een artsenpraktijk. Jardins heeft in de jaren 2004 tot en met 2006 naast het bestaande bejaardentehuis een nieuw gebouw op laten trekken, bestemd voor het woon-zorgcentrum. De btw op de bouw heeft zij in aftrek gebracht. De Belgische fiscus is echter van mening dat Jardins geen recht heeft op aftrek van de btw, aangezien de activiteiten van het woonzorgcentrum naar haar mening kwalificeren als leveringen en diensten die nauw samenhangen met maatschappelijk werk door als zodanig erkende instellingen voor bejaardenzorg. Jardins meent echter dat dit niet het geval is, aangezien het woonzorgcentrum een winstoogmerk heeft en het feit dat noch zijzelf, noch de bewoners van het woonzorgcentrum een subsidie of financiële steun van de overheid ontvangen, aantoont dat zij niet kwalificeert als een “organisatie die als instelling van sociale aard is erkend” in de zin van de btw-richtlijn. De Belgische rechter heeft daarop vragen gesteld aan het HvJ EU. 

A-G Bot heeft het HvJ EU geadviseerd in deze zaak te oordelen dat een woonzorgcentrum zoals aan de orde in dit geding, dat personen van minimaal 60 jaar oud woonruimte aanbiedt die hen in staat stelt volledig zelfstandig te leven, alsmede tegen betaling bijkomende diensten aanbiedt – waar ook niet-bewoners gebruik van kunnen maken – en dat geen enkele financiële steun van de overheid ontvangt, kan kwalificeren als een organisatie die als instelling van sociale aard is erkend en diensten verstrekt die nauw samenhangen met maatschappelijk werk en derhalve zijn vrijgesteld van btw-heffing. Om te kunnen beoordelen of dit het geval is, zal de Belgische rechter allereerst na moeten gaan of, gelet op het vennootschappelijke doel van het woonzorgcentrum en op de inhoud van de diensten die zij aanbiedt, deze kwalificatie de grenzen overschrijdt van de beoordelingsbevoegdheid die de lidstaten hebben. Het feit dat Jardins geen subsidie of financiële steun ontvangt, is hierbij niet van doorslaggevend belang. Dit is volgens de A-G slechts één van de elementen waarmee een lidstaat rekening ‘kan’ houden. 

Ook zal de Belgische rechter moeten beoordelen of de activiteiten van Jardins aan te merken zijn als maatschappelijk werk, waarbij hij rekening moet houden met een samenstel van elementen aan de hand waarvan kan worden uitgemaakt of die activiteiten erop gericht zijn hulp te bieden aan behoeftige personen. Tot slot zal de nationale rechter moeten beoordelen of de diensten die Jardins aanbiedt onontbeerlijk zijn voor het verrichten van dergelijke activiteiten. Dit is volgens de A-G wel het geval bij de diensten die Jardins aanbiedt aan de bewoners, maar niet bij de diensten die zij aanbiedt aan andere personen.

 In Nederland is de btw-vrijstelling voor diensten door woonzorgcentra (incl. het verstrekken van eten en drinken) zoals Jardins niet van toepassing op een commerciële instelling. Wat opvalt is dat de andere prestaties dan de terbeschikkingstelling van de woonruimte, zoals de prestaties door de kapsalon, het restaurant, de snackbar, schoonheidssalon enz door de A-G als onontbeerlijk voor het maatschappelijk werk worden gezien zolang deze prestaties aan de bewoners worden verricht. Naar onze mening is dit wel een erg ruime uitleg van de btw-vrijstelling en kan betwijfeld worden of bijv. een schoonheidsbehandeling (zonder meer) onontbeerlijk is voor de ‘bejaardenzorg’. Zie